FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – SUBSIDIARITEIT
Klager heeft klacht ingediend tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. De beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Bij een gerichte celcontrole wordt een fouille op het lichaam uitgevoerd. Om uit te sluiten dat betrokkene verboden of gevaarlijke zaken bij zich zou hebben”. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat de beslissing onvoldoende werd gemotiveerd. Zo kan uit de beslissing onmogelijk worden afgeleid welke individuele aanwijzingen er bestonden dat klager in het bezit zou geweest zijn van verboden voorwerpen of substanties. Waarom de directie naast en bovenop de grondige celcontrole ook een fouillering op het lichaam noodzakelijk achtte, blijkt nergens uit. De vermelding ‘om uit te sluiten dat betrokkene verboden of gevaarlijke zaken bij zich zou hebben’ is bovendien een dermate algemene en vage formulering dat deze geen enkele inhoudelijke meerwaarde biedt bij het motiveren waarom er individuele aanwijzingen bestonden. Daarnaast vindt de klachtencommissie de fouillering op het lichaam van klager niet subsidiair. Zo is het opvallend dat de bestreden beslissing werd genomen op 10 november 2023, omstreeks 18u50, maar pas werd uitgevoerd op 11 december 2023, om 8u20. Hieruit blijkt dat de directie het in ieder geval niet nodig heeft geacht om het resultaat van de grondige celcontrole af te wachten vooraleer in voorkomend geval nog over te gaan tot een fouillering op het lichaam. Zonder enige bijkomende motivering hierover, staat voor de klachtencommissie niet vast dat de fouillering op het lichaam het vereiste subsidiaire karakter had. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft klacht ingediend tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. De beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Bij een gerichte celcontrole wordt een fouille op het lichaam uitgevoerd. Om uit te sluiten dat betrokkene verboden of gevaarlijke zaken bij zich zou hebben”. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat de beslissing onvoldoende werd gemotiveerd. Zo kan uit de beslissing onmogelijk worden afgeleid welke individuele aanwijzingen er bestonden dat klager in het bezit zou geweest zijn van verboden voorwerpen of substanties. Waarom de directie naast en bovenop de grondige celcontrole ook een fouillering op het lichaam noodzakelijk achtte, blijkt nergens uit. De vermelding ‘om uit te sluiten dat betrokkene verboden of gevaarlijke zaken bij zich zou hebben’ is bovendien een dermate algemene en vage formulering dat deze geen enkele inhoudelijke meerwaarde biedt bij het motiveren waarom er individuele aanwijzingen bestonden. Daarnaast vindt de klachtencommissie de fouillering op het lichaam van klager niet subsidiair. Zo is het opvallend dat de bestreden beslissing werd genomen op 10 november 2023, omstreeks 18u50, maar pas werd uitgevoerd op 11 december 2023, om 8u20. Hieruit blijkt dat de directie het in ieder geval niet nodig heeft geacht om het resultaat van de grondige celcontrole af te wachten vooraleer in voorkomend geval nog over te gaan tot een fouillering op het lichaam. Zonder enige bijkomende motivering hierover, staat voor de klachtencommissie niet vast dat de fouillering op het lichaam het vereiste subsidiaire karakter had. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.