KC05/23-0245
Non fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – GEÏNTERNEERDE
Klager, die het statuut van geïnterneerde persoon heeft, diende klacht in tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie is van oordeel dat de veiligheidsmaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk is. Zo is zij er vooreerst van overtuigd dat deze niet met een bestraffend karakter werd opgelegd. De klachtencommissie stelt daarnaast vast dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd nadat klager eerst een tuchtsanctie had uitgezeten. Zodoende werd de noodzaak tot het opleggen van de veiligheidsmaatregel maar beoordeeld nadat de tuchtsanctie (bijna) was afgelopen. De beslissing tot het opleggen ervan was vooral ingegeven vanuit voorzichtigheid en het vermijden van een geweldsincident tussen klager en medegedetineerden en/of personeel, wat volgens de inschatting van de directie een reëel risico was. Deze inschatting was gebaseerd op gedrag dat klager recent in de gevangenis van Gent had gesteld, de verandering van de vorm van het gehanteerde geweld (actief in plaats van instrumenteel of defensief) en de eerdere ervaringen van de directie met klager in de gevangenis van Brugge. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager, die het statuut van geïnterneerde persoon heeft, diende klacht in tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie is van oordeel dat de veiligheidsmaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk is. Zo is zij er vooreerst van overtuigd dat deze niet met een bestraffend karakter werd opgelegd. De klachtencommissie stelt daarnaast vast dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd nadat klager eerst een tuchtsanctie had uitgezeten. Zodoende werd de noodzaak tot het opleggen van de veiligheidsmaatregel maar beoordeeld nadat de tuchtsanctie (bijna) was afgelopen. De beslissing tot het opleggen ervan was vooral ingegeven vanuit voorzichtigheid en het vermijden van een geweldsincident tussen klager en medegedetineerden en/of personeel, wat volgens de inschatting van de directie een reëel risico was. Deze inschatting was gebaseerd op gedrag dat klager recent in de gevangenis van Gent had gesteld, de verandering van de vorm van het gehanteerde geweld (actief in plaats van instrumenteel of defensief) en de eerdere ervaringen van de directie met klager in de gevangenis van Brugge. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.