KC05/23-0224
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
WANDELING – VOEDING – TELEFONIE
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het verzuim van de directie om klager een extra wandeling te geven ter vervanging van een weggevallen wandeling. De klachtencommissie is van oordeel dat er geen beklagwaardig verzuim van de directie was om een beslissing te nemen over het al dan niet organiseren van een extra wandeling voor klager. Uit de beschikbare informatie blijkt niet of klager überhaupt al aan de directie gevraagd had om een extra wandeling te krijgen. De klachtencommissie is er zodoende niet van overtuigd dat de directie zou verzuimd of geweigerd hebben om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen over het feit of er al dan niet een extra wandeling voor klager diende te worden georganiseerd. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over het feit dat klager geen kantine kreeg na een tweedaagse staking. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, wijst de klachtencommissie erop dat de beslissing om een bepaalde kantine in een bepaalde week te schrappen een beslissing door, minstens namens de directeur is. Dat deze beslissing voor alle gedetineerden zou gelden, doet niets af aan het feit dat klager door het schrappen van een kantine in zijn individuele detentiesituatie geraakt was en deze beslissing zodoende (ook) ten aanzien van hem genomen werd. Deze klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, stelt de klachtencommissie vast dat de klacht louter gaat over het feit dat klager een welbepaalde kantine niet kreeg na deze staking. De directie voerde aan dat er bij een syndicale actie wegens overmacht bepaalde kantines moeten geschrapt worden, maar de weekkantine nooit wordt geschrapt. De klachtencommissie kan erin komen dat het tijdens en onmiddellijk na een staking vanuit organisatorisch oogpunt niet steeds mogelijk is om continuïteit te garanderen voor alle kantines. Dat er een dag na een tweedaagse staking dan ook een bepaalde kantine niet zou zijn, is naar het oordeel van de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht gaat over het feit dat klager een dag na een tweedaagse staking geen belwaarde ter beschikking had. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, wijst de klachtencommissie erop dat het organiseren en garanderen van het recht om dagelijks op eigen kosten te kunnen telefoneren onder de verantwoordelijkheid van de directie valt. Dat klager niet in de mogelijkheid was om op eigen kosten te telefoneren, betreft dus een beklagwaardige beslissing namens de directie, minstens een verzuim om erin te voorzien dat klager kon telefoneren. De klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, stelt de klachtencommissie vast dat de directie in haar verweer aanvoerde dat dit een menselijk fout betrof en er inderdaad geen krediet was overgeboekt, maar deze situatie de dag erop al werd rechtgezet. De menselijke fout betreft naar het oordeel van de klachtencommissie geen situatie van overmacht. Dat het de twee dagen voor de dag waarop klager niet kon bellen staking was geweest, doet hieraan niets af. Klager werd naar het oordeel van de klachtencommissie dus op onwettige wijze niet in de mogelijkheid gesteld om zijn recht op dagelijks te telefoneren uit te oefenen. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het verzuim van de directie om klager een extra wandeling te geven ter vervanging van een weggevallen wandeling. De klachtencommissie is van oordeel dat er geen beklagwaardig verzuim van de directie was om een beslissing te nemen over het al dan niet organiseren van een extra wandeling voor klager. Uit de beschikbare informatie blijkt niet of klager überhaupt al aan de directie gevraagd had om een extra wandeling te krijgen. De klachtencommissie is er zodoende niet van overtuigd dat de directie zou verzuimd of geweigerd hebben om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen over het feit of er al dan niet een extra wandeling voor klager diende te worden georganiseerd. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over het feit dat klager geen kantine kreeg na een tweedaagse staking. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, wijst de klachtencommissie erop dat de beslissing om een bepaalde kantine in een bepaalde week te schrappen een beslissing door, minstens namens de directeur is. Dat deze beslissing voor alle gedetineerden zou gelden, doet niets af aan het feit dat klager door het schrappen van een kantine in zijn individuele detentiesituatie geraakt was en deze beslissing zodoende (ook) ten aanzien van hem genomen werd. Deze klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, stelt de klachtencommissie vast dat de klacht louter gaat over het feit dat klager een welbepaalde kantine niet kreeg na deze staking. De directie voerde aan dat er bij een syndicale actie wegens overmacht bepaalde kantines moeten geschrapt worden, maar de weekkantine nooit wordt geschrapt. De klachtencommissie kan erin komen dat het tijdens en onmiddellijk na een staking vanuit organisatorisch oogpunt niet steeds mogelijk is om continuïteit te garanderen voor alle kantines. Dat er een dag na een tweedaagse staking dan ook een bepaalde kantine niet zou zijn, is naar het oordeel van de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht gaat over het feit dat klager een dag na een tweedaagse staking geen belwaarde ter beschikking had. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, wijst de klachtencommissie erop dat het organiseren en garanderen van het recht om dagelijks op eigen kosten te kunnen telefoneren onder de verantwoordelijkheid van de directie valt. Dat klager niet in de mogelijkheid was om op eigen kosten te telefoneren, betreft dus een beklagwaardige beslissing namens de directie, minstens een verzuim om erin te voorzien dat klager kon telefoneren. De klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, stelt de klachtencommissie vast dat de directie in haar verweer aanvoerde dat dit een menselijk fout betrof en er inderdaad geen krediet was overgeboekt, maar deze situatie de dag erop al werd rechtgezet. De menselijke fout betreft naar het oordeel van de klachtencommissie geen situatie van overmacht. Dat het de twee dagen voor de dag waarop klager niet kon bellen staking was geweest, doet hieraan niets af. Klager werd naar het oordeel van de klachtencommissie dus op onwettige wijze niet in de mogelijkheid gesteld om zijn recht op dagelijks te telefoneren uit te oefenen. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.