KC05/23-0194
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING
De klacht gaat over de (mondelinge) beslissing van de directie waarbij bepaald wordt dat klager (voorlopig) geen recht heeft op een vertrouwensfunctie.
Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager stelt dat hem enkel meegedeeld werd dat hij zich met zaken (drugs) bezighoudt die niet te combineren zijn met een vertrouwensfunctie. In het schriftelijk verweer verwijst de directie naar een beslissing waarbij door de directie bepaald werd dat iedereen die een tuchtsanctie opliep n.a.v. drugs geschrapt wordt van alle vertrouwensfuncties voor een periode van drie maanden. Klager krijgt volgens het schriftelijk verweer van de directie geen vertrouwensfunctie omdat hij een tuchtsanctie kreeg omwille van een vermoeden van verboden substanties; hij van de DVA werd verwijderd omwille van contractbreuk; hij eind juni een aantal dagen wegbleef uit UV.
Klager maakt aannemelijk dat deze motivering hem niet werd meegedeeld op het moment dat de beslissing mondeling aan hem werd meegedeeld. De directie betwist dit ook niet.
Klager werd dus niet duidelijk ingelicht over de redenen waarom hij geen vertrouwensfunctie mocht uitoefenen. De motiveringsplicht is dus geschonden. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om een nieuwe beslissing te nemen over de werksituatie van klager waarbij 1) de criteria worden opgelijst waaraan klager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vertrouwensfunctie en 2) waarom klager wel of niet aan deze criteria voldoet. De directie dient deze beslissing te nemen binnen 14 dagen na de kennisgeving van onderhavige beslissing van de klachtencommissie aan de directie.
De klacht gaat over de (mondelinge) beslissing van de directie waarbij bepaald wordt dat klager (voorlopig) geen recht heeft op een vertrouwensfunctie.
Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager stelt dat hem enkel meegedeeld werd dat hij zich met zaken (drugs) bezighoudt die niet te combineren zijn met een vertrouwensfunctie. In het schriftelijk verweer verwijst de directie naar een beslissing waarbij door de directie bepaald werd dat iedereen die een tuchtsanctie opliep n.a.v. drugs geschrapt wordt van alle vertrouwensfuncties voor een periode van drie maanden. Klager krijgt volgens het schriftelijk verweer van de directie geen vertrouwensfunctie omdat hij een tuchtsanctie kreeg omwille van een vermoeden van verboden substanties; hij van de DVA werd verwijderd omwille van contractbreuk; hij eind juni een aantal dagen wegbleef uit UV.
Klager maakt aannemelijk dat deze motivering hem niet werd meegedeeld op het moment dat de beslissing mondeling aan hem werd meegedeeld. De directie betwist dit ook niet.
Klager werd dus niet duidelijk ingelicht over de redenen waarom hij geen vertrouwensfunctie mocht uitoefenen. De motiveringsplicht is dus geschonden. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om een nieuwe beslissing te nemen over de werksituatie van klager waarbij 1) de criteria worden opgelijst waaraan klager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vertrouwensfunctie en 2) waarom klager wel of niet aan deze criteria voldoet. De directie dient deze beslissing te nemen binnen 14 dagen na de kennisgeving van onderhavige beslissing van de klachtencommissie aan de directie.