ORDEMAATREGEL – ONTSLAG – MOTIVERING
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klaagster werd afgezet van haar werk. Klaagster werd ontslagen omdat ze op een welbepaalde dag afwezig was op haar werk en hiervoor geen doktersbriefje kon voorleggen. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat klaagster (uiteindelijk) wel degelijk een doktersbriefje kon voorleggen met betrekking tot haar afwezigheid op het werk. Klaagster had naar het oordeel van de klachtencommissie duidelijk de intentie om een doktersbriefje te verkrijgen en te bezorgen, vooraleer zij kennis had van het feit dat de directie haar had afgezet of wilde afzetten van haar werk. Zodoende beschikte klaagster wel degelijk over een doktersbriefje die haar afwezigheid rechtvaardigde.
Los van het bovenstaande, vindt de klachtencommissie de ordemaatregel ten aanzien van klaagster in ieder geval ook niet redelijk. Klaagster stelde dat zij al ongeveer twee jaar werkt, zonder dat er problemen zijn geweest. In de ordemaatregel wordt inderdaad niet gewezen op problemen met klaagster, noch werd op de zitting enig element aangehaald waaruit zou blijken dat zij in de periode van haar tewerkstelling bepaalde regels niet zou hebben nageleefd of haar functie niet naar behoren zou hebben uitgevoerd. Zoals bleek op de zitting werd klaagster voorafgaand aan het nemen van deze ordemaatregel niet gehoord. Hoewel dit horen niet wettelijk verplicht is, was het in het geval van klaagster wel redelijk geweest om haar minstens te horen over de situatie die zich had voorgedaan en welke uitleg klaagster hiervoor desgevallend kon geven. Klaagster werd echter afgezet van haar werk en dit louter omdat zij geen doktersattest zou gehad hebben die één dag afwezigheid kon rechtvaardigen. Er wordt geen enkel bijkomend element aangereikt waaruit zou blijken dat klaagster haar werk niet naar behoren zou uitoefenen. De klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klaagster werd afgezet van haar werk. Klaagster werd ontslagen omdat ze op een welbepaalde dag afwezig was op haar werk en hiervoor geen doktersbriefje kon voorleggen. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat klaagster (uiteindelijk) wel degelijk een doktersbriefje kon voorleggen met betrekking tot haar afwezigheid op het werk. Klaagster had naar het oordeel van de klachtencommissie duidelijk de intentie om een doktersbriefje te verkrijgen en te bezorgen, vooraleer zij kennis had van het feit dat de directie haar had afgezet of wilde afzetten van haar werk. Zodoende beschikte klaagster wel degelijk over een doktersbriefje die haar afwezigheid rechtvaardigde.
Los van het bovenstaande, vindt de klachtencommissie de ordemaatregel ten aanzien van klaagster in ieder geval ook niet redelijk. Klaagster stelde dat zij al ongeveer twee jaar werkt, zonder dat er problemen zijn geweest. In de ordemaatregel wordt inderdaad niet gewezen op problemen met klaagster, noch werd op de zitting enig element aangehaald waaruit zou blijken dat zij in de periode van haar tewerkstelling bepaalde regels niet zou hebben nageleefd of haar functie niet naar behoren zou hebben uitgevoerd. Zoals bleek op de zitting werd klaagster voorafgaand aan het nemen van deze ordemaatregel niet gehoord. Hoewel dit horen niet wettelijk verplicht is, was het in het geval van klaagster wel redelijk geweest om haar minstens te horen over de situatie die zich had voorgedaan en welke uitleg klaagster hiervoor desgevallend kon geven. Klaagster werd echter afgezet van haar werk en dit louter omdat zij geen doktersattest zou gehad hebben die één dag afwezigheid kon rechtvaardigen. Er wordt geen enkel bijkomend element aangereikt waaruit zou blijken dat klaagster haar werk niet naar behoren zou uitoefenen. De klacht is ontvankelijk en gegrond.