Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0133

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - VERBODEN SUBSTANTIES

De tuchtbeslissing mag niet berusten op onbestaande, onjuiste of niet nauwkeurig vastgestelde feiten.
Ten aanzien van klager werd een tuchtprocedure opgestart naar aanleiding van het RAD van 6 juni 2023 waarin werd vastgesteld dat om 8u45 in het atelier van de smidse bij controle van de kledijkast van klager een bol plastiek van ongeveer 1 cm diameter werd gevonden. Het personeelslid die het RAD opstelde noteerde dat het vermoedelijk om een verboden substantie ging. Er waren verschillende andere personeelsleden getuige van het RAD.

Klager werd door de directie schuldig bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en dit gelet op een “vermoeden van verboden substantie”. Klager kreeg hiervoor een tuchtsanctie van 2 dagen afzondering op de hem toegewezen verblijfsruimte (“ATV’) (met inbegrip van de voorlopige maatregel die hij reeds ondergaan had).

De klachtencommissie benadrukt dat het feit dat de substantie gevonden werd in het kastje dat bedoeld was voor het opbergen van persoonlijke spullen van klager tijdens het werk in de smidse, nog niet bewijst dat klager zich schuldig maakte aan het bezit, gebruik, de handel of het binnenbrengen van drugs, alcohol of medicatie. De gevonden substantie wordt op geen enkele andere manier aan klager gelinkt. Vervolgens wordt nergens in het dossier verwezen naar een labo-resultaat waaruit blijkt dat de afgeleverde urinestaal van klager inderdaad water betrof.

De tuchtinbreuk is niet bewezen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de beslissing uit het tuchtregister van klager te schrappen.