KC05/23-0125
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TEGEMOETKOMING - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager stelt dat hij aan verschillende fouilleringen op het lichaam werd onderworpen. De directie voegt aan het dossier slechts één schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam toe. De directie betwist echter niet dat er inderdaad meerdere fouilleringen op het lichaam ten aanzien van klager werden bevolen. Zo spreekt zij in haar verweer over “lichaamsfouilles” (meervoud). Bij een fouillering op het lichaam wordt vereist dat in de motivering van dergelijke beslissingen duidelijk wordt gemaakt waarom een fouillering van de kledij in de specifieke situatie van de betrokken gedetineerde niet volstaat. Uit de summiere vermelding van een vermoeden dat de klager verboden substanties gebruikt, blijkt naar het oordeel van de klachtencommissie geenszins waarom een fouillering op het lichaam gerechtvaardigd was. Zo kan uit de beslissing niet worden afgeleid waarop het vermoeden gebaseerd was.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissingen tot fouillering op het lichaam die ten aanzien van klager werden uitgevoerd op 5 juni 2023 en kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 1 uur gratis beltijd.
De aangevochten voorlopige maatregel werd ten aanzien van klager opgelegd omwille van de “ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”, die blijkt uit “vermoeden van verboden substantie”. Er wordt vooreerst niet beschreven op basis waarvan dit vermoeden bestond. Er wordt niet verwezen naar rapporten of meldingsverslagen. Bovendien is uit de beslissing niet duidelijk wat de voorlopige maatregel juist inhield. Zo staan zowel het “verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte”, de “plaatsing op een beveiligde cel” en de “uitsluiting van deelname aan bepaalde individuele of gemeenschappelijke activiteiten” aangevinkt.
Tot slot wordt de beslissing niet getekend door een directeur, maar door een “ddPA”. Het is onduidelijk of de beslissing al dan niet door een directeur genomen werd.
De bestreden voorlopige maatregel is om alle bovenstaande redenen onwettig. Deze klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt deze bestreden beslissing.
In de Basiswet wordt niets bepaald over het bewaren van persoonlijke spullen tijdens het werk in de gevangenis. De klachtencommissie is evenmin op de hoogte van eventuele regels met betrekking tot het gebruik, het doel en de wijze van controle van de kastjes in de smidse. Zoals klager zelf stelt en zoals niet door de directie wordt betwist, gaat het om kastjes in een kleedkamer zonder slot, nummertje of naam. Het gaat dus niet om een aan een specifieke gedetineerde toegewezen verblijf- of bewaarplaats van persoonlijke spullen.
De klachtencommissie acht het dan ook niet onwettig of onredelijk dat dergelijke kastjes door het personeel onderzocht kunnen worden. De klacht is ongegrond.
Klager stelt dat hij aan verschillende fouilleringen op het lichaam werd onderworpen. De directie voegt aan het dossier slechts één schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam toe. De directie betwist echter niet dat er inderdaad meerdere fouilleringen op het lichaam ten aanzien van klager werden bevolen. Zo spreekt zij in haar verweer over “lichaamsfouilles” (meervoud). Bij een fouillering op het lichaam wordt vereist dat in de motivering van dergelijke beslissingen duidelijk wordt gemaakt waarom een fouillering van de kledij in de specifieke situatie van de betrokken gedetineerde niet volstaat. Uit de summiere vermelding van een vermoeden dat de klager verboden substanties gebruikt, blijkt naar het oordeel van de klachtencommissie geenszins waarom een fouillering op het lichaam gerechtvaardigd was. Zo kan uit de beslissing niet worden afgeleid waarop het vermoeden gebaseerd was.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissingen tot fouillering op het lichaam die ten aanzien van klager werden uitgevoerd op 5 juni 2023 en kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 1 uur gratis beltijd.
De aangevochten voorlopige maatregel werd ten aanzien van klager opgelegd omwille van de “ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”, die blijkt uit “vermoeden van verboden substantie”. Er wordt vooreerst niet beschreven op basis waarvan dit vermoeden bestond. Er wordt niet verwezen naar rapporten of meldingsverslagen. Bovendien is uit de beslissing niet duidelijk wat de voorlopige maatregel juist inhield. Zo staan zowel het “verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte”, de “plaatsing op een beveiligde cel” en de “uitsluiting van deelname aan bepaalde individuele of gemeenschappelijke activiteiten” aangevinkt.
Tot slot wordt de beslissing niet getekend door een directeur, maar door een “ddPA”. Het is onduidelijk of de beslissing al dan niet door een directeur genomen werd.
De bestreden voorlopige maatregel is om alle bovenstaande redenen onwettig. Deze klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt deze bestreden beslissing.
In de Basiswet wordt niets bepaald over het bewaren van persoonlijke spullen tijdens het werk in de gevangenis. De klachtencommissie is evenmin op de hoogte van eventuele regels met betrekking tot het gebruik, het doel en de wijze van controle van de kastjes in de smidse. Zoals klager zelf stelt en zoals niet door de directie wordt betwist, gaat het om kastjes in een kleedkamer zonder slot, nummertje of naam. Het gaat dus niet om een aan een specifieke gedetineerde toegewezen verblijf- of bewaarplaats van persoonlijke spullen.
De klachtencommissie acht het dan ook niet onwettig of onredelijk dat dergelijke kastjes door het personeel onderzocht kunnen worden. De klacht is ongegrond.