Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0211

Fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL – GEÏNTERNEERDE – FOUILLE LICHAAM – TERMIJN

Klaagster heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Ondanks meerdere herinneringen werd de klachtencommissie niet in het bezit gesteld van het verweer van de directie of enig stuk. Uiteindelijk werden de partijen uitgenodigd voor een hoorzitting. Op deze hoorzitting wenste de directie alsnog een verweer en de bestreden beslissing tot voorlopige maatregel neer te leggen. Aangezien de wettelijke termijn om het verweer en de nodige stukken te bezorgen 48 uren bedraagt en de klachtencommissie na ongeveer 55 dagen en twee herinneringen nog niet beschikte over het verweer en de stukken, besliste de klachtencommissie om deze neerlegging ter zitting niet toe te staan. Aan de directie werd wel toegestaan om ter zitting nog mondelinge opmerkingen te maken met betrekking tot de klacht. De klachtencommissie dient echter vast te stellen dat zij geen daadwerkelijke controle kan uitoefenen op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de bestreden voorlopige maatregel. Zodoende oordeelt de klachtencommissie in dezen dat enige onduidelijkheid of twijfel in het voordeel van klaagster moet worden uitgelegd. De klacht is om die reden ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen zeven beslissingen tot fouillering op het lichaam van klaagster. Wat betreft zes van deze beslissingen stelt de klachtencommissie vast dat deze niet werden ingediend de zevende dag na deze waarop klaagster kennis had gekregen van de beslissingen noch toonden klaagster en haar advocate op de zitting van de klachtencommissie aan dat de klacht voor wat betreft deze beslissingen zo spoedig werd ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. De klacht is op het vlak van deze zes beslissingen niet ontvankelijk. De klacht is echter wel ontvankelijk voor één fouillering op het lichaam. Ook wat betreft de tweede klacht ontving de klachtencommissie geen verweer, noch enig stuk na ongeveer 55 dagen en ondanks twee herinneringen. Om dezelfde redenen als bij de eerste klacht dient de klachtencommissie vast te stellen dat zij geen daadwerkelijke controle kan uitoefenen op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de bestreden fouillering op het lichaam. Zodoende oordeelt de klachtencommissie in dezen dat enige onduidelijkheid of twijfel in het voordeel van klaagster moet worden uitgelegd. De tweede klacht is wat betreft deze ene beslissing ontvankelijk en gegrond.