FOUILLE LICHAAM
De klacht gaat over het verzuim van de directie om een beslissing te nemen tot fouillering op het lichaam van klager naar aanleiding van zijn kledijwissel na zijn terugkomst in de gevangenis na een uitgaansvergunning. De klachtencommissie stelt vast dat er geen beslissing tot fouillering werd genomen. Met een beslissing wordt echter gelijkgesteld het verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie stelt vast dat er tijdens het proces van een ‘kledijwissel’ blijkbaar wel degelijk – zij het mogelijks een oppervlakkige – visuele controle wordt uitgeoefend op het ontklede lichaam van klager. Op verschillende momenten tijdens een dergelijke kledijwissel is er volgens de klachtencommissie visueel toezicht mogelijk op het volledig ontklede lichaam van klager. Dat men op een gegeven moment een kleine handdoek krijgt, doet hieraan niets af, aangezien dit pas gebeurt na het zich volledig te hebben ontkleed. Zodoende is de klachtencommissie van oordeel dat klager werd onderworpen aan een fouillering op het lichaam. In het geval van klager was er een verzuim van de directie om een beslissing te nemen. De klacht is ontvankelijk.
Wat betreft de gegrondheid van de klacht dient te klachtencommissie vast te stellen dat, gelet op het verzuim om een beslissing te nemen, niet werd aangetoond dat er ten aanzien van klager enige individuele aanwijzing bestond dat een onderzoek op zijn kledij niet had volstaan om na te gaan of klager na zijn binnenkomst na een uitgaansvergunning in het bezit was van substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klacht is dus ontvankelijk en gegrond.
De klacht gaat over het verzuim van de directie om een beslissing te nemen tot fouillering op het lichaam van klager naar aanleiding van zijn kledijwissel na zijn terugkomst in de gevangenis na een uitgaansvergunning. De klachtencommissie stelt vast dat er geen beslissing tot fouillering werd genomen. Met een beslissing wordt echter gelijkgesteld het verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie stelt vast dat er tijdens het proces van een ‘kledijwissel’ blijkbaar wel degelijk – zij het mogelijks een oppervlakkige – visuele controle wordt uitgeoefend op het ontklede lichaam van klager. Op verschillende momenten tijdens een dergelijke kledijwissel is er volgens de klachtencommissie visueel toezicht mogelijk op het volledig ontklede lichaam van klager. Dat men op een gegeven moment een kleine handdoek krijgt, doet hieraan niets af, aangezien dit pas gebeurt na het zich volledig te hebben ontkleed. Zodoende is de klachtencommissie van oordeel dat klager werd onderworpen aan een fouillering op het lichaam. In het geval van klager was er een verzuim van de directie om een beslissing te nemen. De klacht is ontvankelijk.
Wat betreft de gegrondheid van de klacht dient te klachtencommissie vast te stellen dat, gelet op het verzuim om een beslissing te nemen, niet werd aangetoond dat er ten aanzien van klager enige individuele aanwijzing bestond dat een onderzoek op zijn kledij niet had volstaan om na te gaan of klager na zijn binnenkomst na een uitgaansvergunning in het bezit was van substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klacht is dus ontvankelijk en gegrond.