Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0199

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – SCHORSING – VOORLOPIGE MAATREGEL

De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV. De klachtencommissie heeft de tenuitvoerlegging van deze beslissing in de loop van de klachtenprocedure geschorst. Wat betreft de beoordeling ten gronde, stelt de klachtencommissie vooreerst vast dat de bestreden tuchtbeslissing niet onwettig is. Hoewel klager inderdaad niet werd gehoord binnen de 72 uren na de inwerkingtreding van de ten aanzien van hem opgelegde voorlopige maatregel, werd hij wel nog steeds binnen de zeven dagen na de mededeling inzake de tuchtprocedure gehoord. Hij kreeg op de tuchtzitting ook bijstand van een advocaat. De directie kon in dit geval dan ook nog steeds op wettige wijze overgaan tot het opleggen van een tuchtsanctie. 

Om diverse in de beslissing vermelde redenen acht de klachtencommissie het echter wel onredelijk en onbillijk dat klager werd bestraft met een ATV ten belope van het wettelijke maximum van dertig dagen afzondering in de aan hem toegewezen verblijfsruimte. De diverse tekortkomingen in de procedurele stappen voorafgaand aan het opleggen van de tuchtsanctie waren niet toerekenbaar aan klager. Dergelijke tekortkomingen hadden volgens de klachtencommissie minstens moeten meespelen bij het bepalen van de zwaarte van de sanctie. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing. Zij acht het echter niet aangewezen dat deze tuchtsanctie volledig uit het tuchtregister van klager zou worden geschrapt, omdat immers niet ter discussie staat dat klager schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten. Om deze reden stelt de klachtencommissie haar uitspraak in de plaats en bepaalt zij dat de door haar geherformuleerde tuchtsanctie in het tuchtregister van klager dient te worden opgenomen.