Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0180

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL

Klager heeft klachten ingediend tegen een voorlopige maatregel en het opleggen en twee keer verlengen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Gelet op hun inhoudelijke samenhang heeft de klachtencommissie deze klachten in één beslissing behandeld. De klacht geregistreerd onder het nummer KC05/22-0180 gaat over de voorlopige maatregel.

De klachtencommissie merkt op dat er een onderscheid bestaat tussen de voorlopige maatregelen die kunnen worden opgelegd in het kader van een tuchtprocedure en de voorlopig bijzonder veiligheidsmaatregelen, die, wanneer de situatie van gevaar geen uitstel duldt, door andere personeelsleden dan de directeur kunnen worden genomen. In het laatste geval neemt de directeur de definitieve beslissing over de bijzondere veiligheidsmaatregel. Er werd ten aanzien van klager een voorlopige maatregel in het kader van een tuchtprocedure opgelegd. Hoewel de eigenlijke, nadien opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregel (zie dossiers KC05/22-0182 en KC05/22-0185) de wettelijk toegelaten zeven dagen duurde, heeft de daaraan voorafgaande voorlopige maatregel tot gevolg gehad dat klager acht dagen en vier uur en een half in een strikt veiligheidsregime heeft gezeten, in plaats van de maximale termijn van 7 dagen die geldt voor een bijzondere veiligheidsmaatregel (inclusief eventueel opgelegde voorlopig bijzondere veiligheidsmaatregelen).

De klachtencommissie ziet daarnaast niet in waarom ten aanzien van klager niet onmiddellijk een bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgestart, zij het door de directie na klager zo spoedig mogelijk te hebben gehoord, zij het door een ander personeelslid dan de directie, waarbij de directie navolgend deze voorlopig bijzondere veiligheidsmaatregelen kon hebben bevestigd. Uit het dossier blijkt immers dat de directie al meldingen over klager vanuit de PSD had gekregen en dat de directie klager ook al de dag voor het opleggen van de voorlopige maatregel had gesproken. Naar het oordeel van de klachtencommissie had de directie op het moment dat er een nieuw meldingsverslag kwam onmiddellijk een (voorlopig) bijzondere veiligheidsmaatregel moeten nemen en geen ‘voorlopige maatregel in het kader van een tuchtprocedure’. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.