Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0156

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – MOTIVERING

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie. Hij is het eens met de tuchtbeslissing, behalve dat hij door deze sanctie geen binnenhuisbezoek meer mag hebben met zijn broer, die eveneens gedetineerd is, alsook dat hij zijn lessen niet meer mag volgen. De klachtencommissie brengt vooreerst enkele relevante algemene principes over de motiveringsplicht van tuchtsancties in herinnering. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de advocaat van klager nadrukkelijk had verzocht om het bezoek van de moeder van klager te behouden. Zodoende staat niet ter discussie dat klager minstens om één nadrukkelijk behoud van een bezoek(modaliteit) had verzocht. Er werd in de tuchtbeslissing niet ingegaan op de nadrukkelijke vraag om diens bezoek, ondanks de tuchtsanctie van ATV, op normale wijze te laten doorgaan.

De klachtencommissie leidt uit het verweer van de directie af dat zij voor het bepalen van de aard en zwaarte van de specifieke sanctie wel degelijk bepaalde concrete, ten aanzien van klager geïndividualiseerde motieven had om niet op diens vraag in te gaan. Deze argumenten werden niet in de tuchtbeslissing opgenomen. Zodoende kon klager niet weten op basis van welke specifieke elementen – die er in realiteit dus blijkbaar wel waren – de directie had beslist om in haar tuchtbeslissing niet in te gaan op de vraag van de advocaat van klager om bepaalde bezoekmodaliteiten te behouden. Er wordt geen enkel specifiek element aangehaald dat de directie heeft bewogen tot het opleggen van de sanctie van twee weken ATV zonder uitzonderingen op het vlak van bezoek (en/of lessen). De klacht is ontvankelijk en gegrond.