Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0153

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES – MOTIVERING

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie, waarbij hem dertig dagen ATV werd opgelegd wegens het bezit van of handel in door of krachtens de wet verboden substanties. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante principes over de motiveringsplicht bij tuchtsancties in herinnering. Vervolgens overloopt de klachtencommissie de totstandkoming van de tuchtsanctie ten aanzien van klager. Het relevante RAD stelt dat tijdens een celcontrole ‘een verdachte substantie’ in de koelkast van klager en diens celgenoot werd aangetroffen. Klager betwiste op de tuchtrechtelijke hoorzitting dat deze substanties van hem waren. De directie haalt, echter voor het eerst in haar verweer, bepaalde elementen aan waaruit zij heeft afgeleid dat het verhaal van klager ongeloofwaardig is. Geen enkele van deze argumenten werd echter vermeld in de motivering van de bestreden tuchtbeslissing. Klager haalt in zijn klachtenformulier ook aan dat hij de sanctie disproportioneel vindt. De directie haalt, opnieuw voor het eerst in haar verweer, meerdere elementen aan die blijkbaar hebben meegespeeld bij het bepalen van de zwaarte van de sanctie. Ook deze worden niet vermeld in de bestreden tuchtbeslissing.

De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing dan ook onwettig. De klacht van klager is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing, maar acht het niet aangewezen dat de tuchtsanctie volledig uit het tuchtregister van klager zou worden geschrapt. Zodoende stelt de klachtencommissie haar uitspraak in de plaats en bepaalt zij dat de tuchtsanctie in plaats van “30 dagen ATV”, “15 dagen ATV” dient te bedragen.