KC05/22-0111
Non fondée
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL – BEZOEK – TUCHT – BIJSTAND ADVOCAAT – RECHTEN VAN VERDEDIGING
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de beslissing om bij wijze van ordemaatregel de toegang van de partner van klager tot de gevangenis voor twee maanden te ontzeggen. Een klacht tegen een ordemaatregel over bezoek behoort naar het oordeel van de klachtencommissie tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Hoewel de ordemaatregel tot doel had om de bezoekster van klager (zijn partner) de toegang tot de instelling te ontzeggen, is deze ook te beschouwen als een ordemaatregel ten aanzien van klager, aangezien het ook zijn (bezoek)recht is dat hierdoor gedurende twee maanden werd ingeperkt. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat niet wordt betwist dat klager in het bezit was van verboden substanties onmiddellijk na het bezoek van zijn partner. Uit de eenduidige vaststellingen van twee PBA’s, waarbij deze vaststellingen ook duidelijk in het RAD en meldingsverslag werden weergegeven, heeft klager deze substanties gekregen via zijn bezoekster. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Het staat voor de klachtencommissie vast dat, hoewel er twee verschillende mededelingen inzake de tuchtprocedure zijn, klager in één mededeling heeft aangegeven dat hij bijstand van zijn advocaat wenste. Ook op de tuchtzitting heeft klager duidelijk aangegeven dat hij bijstand wenste. De aperte weigering om – zelfs maar een poging te ondernemen om – de advocaat van klager te contacteren, schendt het recht van klager op bijstand van een advocaat en zodoende zijn rechten van verdediging. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de beslissing om bij wijze van ordemaatregel de toegang van de partner van klager tot de gevangenis voor twee maanden te ontzeggen. Een klacht tegen een ordemaatregel over bezoek behoort naar het oordeel van de klachtencommissie tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Hoewel de ordemaatregel tot doel had om de bezoekster van klager (zijn partner) de toegang tot de instelling te ontzeggen, is deze ook te beschouwen als een ordemaatregel ten aanzien van klager, aangezien het ook zijn (bezoek)recht is dat hierdoor gedurende twee maanden werd ingeperkt. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat niet wordt betwist dat klager in het bezit was van verboden substanties onmiddellijk na het bezoek van zijn partner. Uit de eenduidige vaststellingen van twee PBA’s, waarbij deze vaststellingen ook duidelijk in het RAD en meldingsverslag werden weergegeven, heeft klager deze substanties gekregen via zijn bezoekster. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Het staat voor de klachtencommissie vast dat, hoewel er twee verschillende mededelingen inzake de tuchtprocedure zijn, klager in één mededeling heeft aangegeven dat hij bijstand van zijn advocaat wenste. Ook op de tuchtzitting heeft klager duidelijk aangegeven dat hij bijstand wenste. De aperte weigering om – zelfs maar een poging te ondernemen om – de advocaat van klager te contacteren, schendt het recht van klager op bijstand van een advocaat en zodoende zijn rechten van verdediging. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.