KC05/22-0105
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEVOEGDHEID – EXTERNE RECHTSPOSITIE
De klacht is gericht tegen het gegeven dat een door de strafuitvoeringsrechtbank toegekende strafuitvoeringsmodaliteit (beperkte detentie) niet (onmiddellijk) werd opgestart gedurende een bepaalde periode tijdens het verblijf van klager in de gevangenis van Brugge. Hoewel het beklagrecht niet zomaar kan worden uitgebreid tot het domein van de externe rechtspositie, is de klachtencommissie van oordeel dat deze klacht niet eenvoudigweg een klacht betreft over de externe rechtspositie. De directie betwist in haar verweer niet dat de klacht ontvankelijk is. Het betreft hier volgens de klachtencommissie dus wel degelijk een beklagenswaardige beslissing, minstens een gebrek aan een beslissing binnen een redelijke termijn. De directie meent daarnaast dat de klacht gegrond, doch achterhaald is. De klachtencommissie stelt vast dat de beperkte detentie van klager door een communicatiefout niet onmiddellijk werd opgestart door de directie vanuit de gevangenis van Brugge. Dit werd enige tijd later rechtgezet, zodat klager tijdens zijn verblijf in Brugge en in afwachting van een overplaatsing naar de gevangenis van Antwerpen al met zijn beperkte detentie kon starten. De klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klacht is gericht tegen het gegeven dat een door de strafuitvoeringsrechtbank toegekende strafuitvoeringsmodaliteit (beperkte detentie) niet (onmiddellijk) werd opgestart gedurende een bepaalde periode tijdens het verblijf van klager in de gevangenis van Brugge. Hoewel het beklagrecht niet zomaar kan worden uitgebreid tot het domein van de externe rechtspositie, is de klachtencommissie van oordeel dat deze klacht niet eenvoudigweg een klacht betreft over de externe rechtspositie. De directie betwist in haar verweer niet dat de klacht ontvankelijk is. Het betreft hier volgens de klachtencommissie dus wel degelijk een beklagenswaardige beslissing, minstens een gebrek aan een beslissing binnen een redelijke termijn. De directie meent daarnaast dat de klacht gegrond, doch achterhaald is. De klachtencommissie stelt vast dat de beperkte detentie van klager door een communicatiefout niet onmiddellijk werd opgestart door de directie vanuit de gevangenis van Brugge. Dit werd enige tijd later rechtgezet, zodat klager tijdens zijn verblijf in Brugge en in afwachting van een overplaatsing naar de gevangenis van Antwerpen al met zijn beperkte detentie kon starten. De klacht is ontvankelijk en gegrond.