Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0066

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE

Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing. Klager is akkoord dat hij gestraft wordt voor wat van hem is zoals de wiet die op hem is gevonden maar hij wil niet dat hem iets aangesmeerd wordt dat niet van hem is. Daarom vindt hij de sanctie van dertig dagen geen gemeenschappelijke activiteiten te zwaar voor zijn aandeel. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. Het eerste RAD gaat over de vondst van drie gram wiet tijdens de naaktfouille van klager en het tweede RAD gaat over de vondst van andere verdachte substanties tijdens de celcontrole in de cel waar klager verbleef samen met twee celgenoten. De directeur nam kennis van de rapporten waarna een tuchtprocedure werd opgestart. Zowel uit zijn klacht als uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager het bezit van de drie gram wiet nooit heeft ontkend. Hij verklaart echter van niets te weten over de zaken die zijn gevonden tijdens de celcontrole omdat hij nog maar twee weken in de cel zat. De directie heeft klager toch gesanctioneerd voor beide RAD’s en heeft hiervoor een bijzondere tuchtsanctie opgelegd van dertig dagen verbod om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten. Klager vindt dit een veel te zware sanctie voor zijn aandeel. Uit de dossierstukken blijkt echter dat de directie nadien een nieuwe tuchtbeslissing heeft genomen naar aanleiding van politionele informatie. Hierdoor heeft de directeur beslist om klager niet schuldig te verklaren voor de substanties die gevonden zijn op cel en de sanctie voor de drie gram wiet te milderen naar negentien dagen geen deelname aan gemeenschappelijke activiteiten. Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat de klacht ongegrond is.