TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 14 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”;
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de orde”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 14 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”;
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de orde”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.