KC04/26-0049
Fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - INTERNE RECHTSPOSITIE - VOEDING - HYGIËNE
De klacht gaat over de naamsverandering van klager. In het bijzondere wenst klager dat zijn badge en het naamkaartje op zijn celdeur wordt aangepast. De directie stelt dat dit geen beslissing van de directeur betreft en beschrijft de procedure die hiervoor gevolgd moet worden. De klachtencommissie meent dat de klacht niet gericht is tegen een beslissing of verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij wekenlang met een kapotte koelkast zat en daardoor zijn voeding niet hygiënisch kon bewaren. Hij meldde dit meermaals aan de directie. Dat klager zijn koelkast niet sneller hersteld werd (of dat er minstens een tijdelijk alternatief werd voorzien) en klager hierdoor wekenlang zijn voedsel niet op een hygiënische manier kon bewaren, is naar het oordeel van de klachtencommissie niet verzoenbaar met een rechtsconforme en menswaardige strafuitvoering. Het gegeven dat de directie geen subjectief verwijt treft, namelijk dat zij ook maar geconfronteerd wordt met het gegeven dat de technische dienst onderbemand en overbevraagd is, staat een vaststelling dat de penitentiaire administratie, waarvan de lokale directie ten aanzien van de gedetineerde de vertegenwoordiger is, niet in staat is tegemoet te komen aan de legitieme aanspraken van een gedetineerde, niet in de weg. Om die reden is de klacht gegrond. Ter zitting van de klachtencommissie gaf klager aan dat het probleem intussen opgelost is. De klachtencommissie stelt dan ook vast dat de gevolgen van het verzuim intussen ongedaan gemaakt werden en meent dat klager om die reden niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet).
De klacht gaat over de naamsverandering van klager. In het bijzondere wenst klager dat zijn badge en het naamkaartje op zijn celdeur wordt aangepast. De directie stelt dat dit geen beslissing van de directeur betreft en beschrijft de procedure die hiervoor gevolgd moet worden. De klachtencommissie meent dat de klacht niet gericht is tegen een beslissing of verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij wekenlang met een kapotte koelkast zat en daardoor zijn voeding niet hygiënisch kon bewaren. Hij meldde dit meermaals aan de directie. Dat klager zijn koelkast niet sneller hersteld werd (of dat er minstens een tijdelijk alternatief werd voorzien) en klager hierdoor wekenlang zijn voedsel niet op een hygiënische manier kon bewaren, is naar het oordeel van de klachtencommissie niet verzoenbaar met een rechtsconforme en menswaardige strafuitvoering. Het gegeven dat de directie geen subjectief verwijt treft, namelijk dat zij ook maar geconfronteerd wordt met het gegeven dat de technische dienst onderbemand en overbevraagd is, staat een vaststelling dat de penitentiaire administratie, waarvan de lokale directie ten aanzien van de gedetineerde de vertegenwoordiger is, niet in staat is tegemoet te komen aan de legitieme aanspraken van een gedetineerde, niet in de weg. Om die reden is de klacht gegrond. Ter zitting van de klachtencommissie gaf klager aan dat het probleem intussen opgelost is. De klachtencommissie stelt dan ook vast dat de gevolgen van het verzuim intussen ongedaan gemaakt werden en meent dat klager om die reden niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet).