KC04/26-0025
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van 25/01/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 5 dagen een verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van 5 dagen verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 15 dagen. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de houding van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Over de ontslagbeslissing: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. Uit het dossier blijkt dat klager door de directie werd gehoord. De klachtencommissie besluit dan ook niet tot een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur (de hoorplicht). De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van 25/01/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 5 dagen een verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van 5 dagen verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 15 dagen. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de houding van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Over de ontslagbeslissing: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. Uit het dossier blijkt dat klager door de directie werd gehoord. De klachtencommissie besluit dan ook niet tot een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur (de hoorplicht). De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.