Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0016

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - MOTIVERING

De directeur besliste op 2 januari 2026 om de bezoektoelating tussen klager en zijn partner te beperken tot glasbezoek. De klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel werd opgelegd ingevolge materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 1 januari 2026. De klachtencommissie nam kennis van dit RAD. Hieruit blijkt dat klager na zijn ongestoord bezoek ter gelegenheid van een fouille in opdracht van de directeur in het bezit van een spuit met naald en een flacon met onbekende olieachtige vloeistof werd aangetroffen. De directie meent dat klager van deze verboden middelen die niet eigen zijn aan de inrichting in het bezit kwam ter gelegenheid van het ongestoord bezoek met zijn partner. De directie benoemt in de motivering van de ordemaatregel expliciet dat het naleven van de geldende afspraken inzake bezoek essentieel zijn om de veiligheid van personeel, bezoekers en gedetineerden te garanderen. Wanneer iemand zich hier niet aan houdt, moeten er maatregelen genomen worden.

Klager betwist in zijn klacht dat zijn partner deze voorwerpen zou hebben binnengesmokkeld en stelt dat hij de ware toedracht toelichtte ten overstaan van de directeur-generaal. Deze zou hem bedankt hebben voor de inlichtingen en beloofd hebben de maatregel te herzien. De directie gaat in haar verweer niet specifiek in op dit argument van klager (er wordt niets gezegd over de directeur-generaal), maar stelt dat zijn verhaal ongeloofwaardig is, omdat de bewering dat de aangetroffen voorwerpen onder het bed waren geplakt niet strookt met het gegeven dat elke ruimte steeds voor en na elk ongestoord bezoek wordt gecontroleerd door de beambte. De klachtencommissie acht deze conclusie redelijk.

De klachtencommissie meent dan ook dat de directie geen geloof hechtte aan het verhaal van klager en de maatregel ten aanzien van de partner nadien enkel milderde in het kader van de plicht die op het inrichtingshoofd rust om er zorg voor te dragen dat het bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de banden met het affectief milieu in stand houden of bevorderen, inzonderheid wanneer het een bezoek door minderjarigen aan hun ouder betreft (artikel 60, §2 Basiswet) en dus niet omwille van enige verklaringen die klager ten overstaan van de directeur-generaal zou hebben afgelegd.

De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. Via glasbezoek heeft klager toch nog de mogelijkheid om zijn partner te zien. Bovendien werd er door de directie een uitzondering toegestaan (tafelbezoek) in het geval de partner optreedt als begeleidster van zijn kinderen. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.