Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0008

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - GEURWAARNEMING

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat hij bijna de hele dag had geslapen en toen hij wakker was, heeft hij zijn Ambi Pur ingestoken. Hij ontkende te hebben gerookt. Zijn advocaat concludeerde dat er geen drugs of attributen om drugs te gebruiken werden gevonden in de cel van klager zodat hij vroeg om zijn cliënt niet te sanctioneren. De directie achtte de feiten wel bewezen.

Uit het tuchtdossier blijkt dat de directie het RAD heeft gebruikt als bewijsmateriaal. De klachtencommissie is in de eerste plaats van oordeel dat dit RAD duidelijk werd opgesteld. Toen de opsteller van het RAD de cel van klager passeerde, rook hij een cannabisgeur. Hij heeft toen twee collega’s op de hoogte gebracht die ook tot aan de cel van klager zijn gekomen en dezelfde geur vaststelden. Beide collega’s staan ook vermeld in het RAD als getuigen. Vervolgens heeft men beslist om de cel van klager te doorzoeken. Bij het openen en betreden van de cel werd de cannabisgeur intenser waargenomen. Tijdens de celcontrole werden geen drugs teruggevonden. De klachtencommissie meent dat de geurwaarneming zorgvuldig is gebeurd. De geur werd niet door één beambte vastgesteld maar door drie beambten en bovendien werd deze geur intenser wanneer de cel van klager werd geopend. De klachtencommissie leidt daaruit af dat de geur kon toegerekend worden aan de cel van klager waar hij op dat moment alleen verbleef. Wanneer klager wordt geconfronteerd met deze duidelijke vaststelling is zijn verklaring dat hij geen cannabis heeft gebruikt omdat hij al lang is gestopt met roken. Waarom er dan wel een cannabisgeur in zijn cel hing, kan hij niet verklaren. De omstandigheid dat klager Ambi Pur (luchtverfrisser) had ingestoken, kan er volgens de klachtencommissie op wijzen dat klager de cannabisgeur trachtte te verdoezelen. De klachtencommissie besluit dat de feitenvinding zorgvuldig is gebeurd en dat de directie op basis van de vaststellingen van haar personeel tot de correcte conclusie is gekomen dat klager drugs had gebruikt.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie zelfs mild was gelet op het tuchtregister van klager waaruit blijkt dat hij op 21.12.2025 nog maar gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.

Om deze redenen is de klacht ongegrond.