TUCHT - KWALIFICATIE - BIJSTAND ADVOCAAT - RECHTEN VAN VERDEDIGING
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”, “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen de bevelen van het personeel”.
Klager stelt in zijn klacht dat aan hem niet gevraagd werd of hij een advocaat wenste. De klachtencommissie stelt vast dat uit de ‘mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure’ duidelijk blijkt dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Uit het uitgebreid tuchtregister van klager blijkt bovendien dat klager ondertussen voldoende vertrouwd is met de tuchtprocedure. Klager heeft zelf geweigerd om dit stuk te ondertekenen. Ook blijkt nergens uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager alvorens de behandeling van zijn zaak toch nog om een advocaat zou hebben gevraagd. De klachtencommissie is van oordeel dat de procedure op dit punt correct werd gevolgd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tenlastelegging “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” haar oorsprong vindt in het RAD van 08/11/2025. De klachtencommissie meent dat het essentieel is dat de gedetineerde voorafgaandelijk aan de tuchtrechtelijke hoorzitting kennis krijgt van de volledige tenlastelegging. In casu blijkt dit niet het geval te zijn geweest. Pas op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 10/11/2025 werd klager hiervan in kennis gesteld. Niettegenstaande het feit dat ook tuchtrechtelijke inbreuken over feiten die afzonderlijk hebben plaatsgevonden en geen verband houden samen op een tuchtrechtelijke hoorzitting behandeld kunnen worden, moet de directie de gedetineerde hier wel op voorhand van in kennis stellen, zodoende de gedetineerde zijn recht van verdediging op een correcte manier kan uitoefenen. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat de tuchtbeslissing wat betreft de tuchtinbreuk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” vernietigd moet worden wegens de schending van de rechten van verdediging.
Wat betreft “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” meent de klachtencommissie dat het RAD van 06/11/2025 duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de feiten. Klager had de bevelen van het personeel moeten opvolgen, ook al zou hij in het verleden wel een drinkbeker met cola hebben mogen meenemen naar de les ‘computer operator’. Indien klager zich geviseerd voelt door een bepaalde beambte of het niet eens is met een bepaalde regel, kan hij de directie hierover aanspreken. Op het moment zelf dient klager de bevelen van het personeel op te volgen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”, “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen de bevelen van het personeel”.
Klager stelt in zijn klacht dat aan hem niet gevraagd werd of hij een advocaat wenste. De klachtencommissie stelt vast dat uit de ‘mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure’ duidelijk blijkt dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Uit het uitgebreid tuchtregister van klager blijkt bovendien dat klager ondertussen voldoende vertrouwd is met de tuchtprocedure. Klager heeft zelf geweigerd om dit stuk te ondertekenen. Ook blijkt nergens uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager alvorens de behandeling van zijn zaak toch nog om een advocaat zou hebben gevraagd. De klachtencommissie is van oordeel dat de procedure op dit punt correct werd gevolgd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tenlastelegging “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” haar oorsprong vindt in het RAD van 08/11/2025. De klachtencommissie meent dat het essentieel is dat de gedetineerde voorafgaandelijk aan de tuchtrechtelijke hoorzitting kennis krijgt van de volledige tenlastelegging. In casu blijkt dit niet het geval te zijn geweest. Pas op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 10/11/2025 werd klager hiervan in kennis gesteld. Niettegenstaande het feit dat ook tuchtrechtelijke inbreuken over feiten die afzonderlijk hebben plaatsgevonden en geen verband houden samen op een tuchtrechtelijke hoorzitting behandeld kunnen worden, moet de directie de gedetineerde hier wel op voorhand van in kennis stellen, zodoende de gedetineerde zijn recht van verdediging op een correcte manier kan uitoefenen. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat de tuchtbeslissing wat betreft de tuchtinbreuk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” vernietigd moet worden wegens de schending van de rechten van verdediging.
Wat betreft “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” meent de klachtencommissie dat het RAD van 06/11/2025 duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de feiten. Klager had de bevelen van het personeel moeten opvolgen, ook al zou hij in het verleden wel een drinkbeker met cola hebben mogen meenemen naar de les ‘computer operator’. Indien klager zich geviseerd voelt door een bepaalde beambte of het niet eens is met een bepaalde regel, kan hij de directie hierover aanspreken. Op het moment zelf dient klager de bevelen van het personeel op te volgen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister.