KC04/25-0201
Fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
SCHADE - REKENINGEN - TERMIJN - VERZUIM
Klager heeft in oktober een klacht ingediend omdat er 4,40 euro werd ingehouden van zijn rekening. Op basis van de dossierstukken kan de klachtencommissie vaststellen dat dit het gevolg was van een beslissing van de directie die reeds op 23.07.2025 werd genomen en waarvan klager op 30.07.2025 had kennisgenomen. In de bestreden beslissing staat nochtans expliciet vermeld dat tegen deze beslissing binnen de zeven dagen klacht kan worden ingediend bij de klachtencommissie. De klacht is bijgevolg laattijdig ingediend en dus niet-ontvankelijk.
Klager verklaart in de tweede plaats dat hij al meermaals de vraag heeft gesteld aan de directie om vergoed te worden voor spullen van hem waar lijmvlekken op zitten maar dat hij geen antwoord krijgt. De gedetineerde die schade vaststelt aan zijn goederen en hiervoor schadevergoeding wenst, dient de gevangenisdirectie hiervan in te lichten door middel van het invullen van het formulier uit bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden. Dit formulier dient door de gedetineerde zo snel mogelijk en uiterlijk 14 dagen na de vaststelling van de schade door de gedetineerde, ingevuld en overhandigd te worden. Van deze redelijke termijn kan afgeweken worden indien elementen van het dossier dit rechtvaardigen. Na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding zal de gevangenisdirectie van de gevangenis waar de gedetineerde verblijft op het ogenblik van het indienen van het verzoek tot schadevergoeding, onmiddellijk een grondig onderzoek instellen om de omstandigheden van het schadegeval vast te stellen. In voorkomend geval bevraagt de gevangenisdirectie hiertoe andere gevangenissen en/of diensten die bij het schadegeval betrokken waren. Van dit intern onderzoek wordt een schadedossier opgesteld door de gevangenisdirectie. Dit schadedossier wordt zo snel mogelijk aan de Directie Juridische Ondersteuning (hierna: DJO) bezorgd, die de uiteindelijke beslissing neemt over het al dan niet toekennen van een schadevergoeding. De klachtencommissie meent dat ingevolge deze bepalingen een actieve informatieplicht rust op de directie ten aanzien van de gedetineerde die aan de directie meldt dat bepaalde van zijn spullen zijn beschadigd. De collectieve brieven richten zich immers tot de penitentiaire inrichtingen en niet tot de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde dus op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. Op de gevangenis rust daarna ook een onderzoeksplicht.
De klachtencommissie beschikt niet over een verweer van de directie of dossierstukken waaruit blijkt dat de verklaring van klager in zijn klacht niet klopt en de directie wel heeft voldaan aan de informatie- en onderzoeksplicht die op haar rust. De klachtencommissie besluit dat er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ook gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen een termijn van één (1) maand na de kennisgeving van de uitspraak van de klachtencommissie, het formulier van bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 te overhandigen aan klager en indien hij dit formulier ingevuld terug bezorgt, een onderzoek op te starten naar de beschadigde spullen en een schadedossier op te stellen en in te dienen bij DJO overeenkomstig CB nr. 133.
Klager heeft in oktober een klacht ingediend omdat er 4,40 euro werd ingehouden van zijn rekening. Op basis van de dossierstukken kan de klachtencommissie vaststellen dat dit het gevolg was van een beslissing van de directie die reeds op 23.07.2025 werd genomen en waarvan klager op 30.07.2025 had kennisgenomen. In de bestreden beslissing staat nochtans expliciet vermeld dat tegen deze beslissing binnen de zeven dagen klacht kan worden ingediend bij de klachtencommissie. De klacht is bijgevolg laattijdig ingediend en dus niet-ontvankelijk.
Klager verklaart in de tweede plaats dat hij al meermaals de vraag heeft gesteld aan de directie om vergoed te worden voor spullen van hem waar lijmvlekken op zitten maar dat hij geen antwoord krijgt. De gedetineerde die schade vaststelt aan zijn goederen en hiervoor schadevergoeding wenst, dient de gevangenisdirectie hiervan in te lichten door middel van het invullen van het formulier uit bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden. Dit formulier dient door de gedetineerde zo snel mogelijk en uiterlijk 14 dagen na de vaststelling van de schade door de gedetineerde, ingevuld en overhandigd te worden. Van deze redelijke termijn kan afgeweken worden indien elementen van het dossier dit rechtvaardigen. Na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding zal de gevangenisdirectie van de gevangenis waar de gedetineerde verblijft op het ogenblik van het indienen van het verzoek tot schadevergoeding, onmiddellijk een grondig onderzoek instellen om de omstandigheden van het schadegeval vast te stellen. In voorkomend geval bevraagt de gevangenisdirectie hiertoe andere gevangenissen en/of diensten die bij het schadegeval betrokken waren. Van dit intern onderzoek wordt een schadedossier opgesteld door de gevangenisdirectie. Dit schadedossier wordt zo snel mogelijk aan de Directie Juridische Ondersteuning (hierna: DJO) bezorgd, die de uiteindelijke beslissing neemt over het al dan niet toekennen van een schadevergoeding. De klachtencommissie meent dat ingevolge deze bepalingen een actieve informatieplicht rust op de directie ten aanzien van de gedetineerde die aan de directie meldt dat bepaalde van zijn spullen zijn beschadigd. De collectieve brieven richten zich immers tot de penitentiaire inrichtingen en niet tot de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde dus op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. Op de gevangenis rust daarna ook een onderzoeksplicht.
De klachtencommissie beschikt niet over een verweer van de directie of dossierstukken waaruit blijkt dat de verklaring van klager in zijn klacht niet klopt en de directie wel heeft voldaan aan de informatie- en onderzoeksplicht die op haar rust. De klachtencommissie besluit dat er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ook gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen een termijn van één (1) maand na de kennisgeving van de uitspraak van de klachtencommissie, het formulier van bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 te overhandigen aan klager en indien hij dit formulier ingevuld terug bezorgt, een onderzoek op te starten naar de beschadigde spullen en een schadedossier op te stellen en in te dienen bij DJO overeenkomstig CB nr. 133.