Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0137

Non fondée Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - MOTIVERING - SANCTIE - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 5 augustus 2025 een tuchtsanctie van 10 dagen ATV voor de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 30 juli 2025. Hierin wordt beschreven dat klager in de grootkeuken een worstenbroodje uit de kar neemt. Ter tuchtzitting erkende klager de feiten, doch vergoelijkte zijn gedrag door te stellen dat hij het niet breed heeft, hierdoor geen kantine kan bestellen en honger had. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klachtencommissie merkt echter op dat de directie in haar verweer tegen de klacht zeer uitvoerig ingaat op de reden waarom zij de uitleg van klager onvoldoende acht en meent dat hij toch gesanctioneerd moet worden. De klachtencommissie meent dat de uitleg die de directie in haar verweer tegen de klacht gaf, in de tuchtbeslissing zelf had moeten worden opgenomen. Er is dan ook sprake van een schending van artikel 8 Basiswet. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie gaat over tot de gedeeltelijke vernietiging van de tuchtbeslissing voor wat betreft de motivering van de sanctie. Bij vernietiging van de beslissing worden de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de klachtencommissie (artikel 158, §4 Basiswet). De motivering van de sanctie dient dan ook vervangen te worden door de uitleg die door de directie werd verstrekt in het kader van haar verweer tegen de klacht. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de tuchtinbreuken en de opgelegde en reeds ondergane sanctie.

Klager was tewerkgesteld in de grootkeuken. Zijn ontslag is een gevolg van het feit dat hij tijdens zijn ATV niet op het werk aanwezig kon zijn. De klachtencommissie acht het logisch dat de functie van klager gedurende zijn verblijf in ATV moest worden ingevuld door een andere gedetineerde om het goede verloop van de grootkeuken te vrijwaren. Er was dan ook sprake van de situatie waarbij het werk niet meer beschikbaar was na afloop van de tuchtsanctie. De dienstnota legt in dat geval niet op dat er een schriftelijke ontslagbeslissing dient te worden genomen. De gedetineerde kan onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag doen. De klachtencommissie acht het ontslag in het voorliggend dossier wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.