TUCHT
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 25.07.2025. De directie heeft een tuchtsanctie opgelegd van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (hierna: RAD) en de bevindingen van de privéfirma VINCI. De directie heeft dus zorgvuldig onderzoek gevoerd door bijkomende inlichtingen in te winnen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen.
De klachtencommissie besluit dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 14 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 25.07.2025. De directie heeft een tuchtsanctie opgelegd van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (hierna: RAD) en de bevindingen van de privéfirma VINCI. De directie heeft dus zorgvuldig onderzoek gevoerd door bijkomende inlichtingen in te winnen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen.
De klachtencommissie besluit dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 14 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.