Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0071

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
TUCHT - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT - SANCTIE

Klager dient klacht in tegen twee naaktfouilleringen, een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing.

Wat betreft de naaktfouilleringen, waren er in beide situaties volgens de klachtencommissie voldoende individuele aanwijzingen aanwezig om een fouillering op het lichaam op te leggen. Echter is de motivering waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat volgens de klachtencommissie ontoereikend. Op geen enkele manier legt ze uit waarom een fouille aan de kledij niet volstaat. Dit maakt een schending van de motiveringsplicht uit. De klacht is gegrond.

Daarnaast heeft de directie een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager moest hiervoor verblijven in de toegewezen verblijfsruimte en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. De directie stelt in de motivatie van de voorlopige maatregel dat het bezit en het gebruik van verboden middelen een ernstig risico vormen voor de orde, rust en veiligheid en dat dergelijke situaties gepaard kunnen gaan met onderlinge spanningen, intimidatie, afpersing of schuldopbouw. De klachtencommissie meent dat in dit dossier niet is aangetoond dat hiervan sprake was. De klacht is gegrond.

Klager werd tot slot tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager, maar er werd voor de berekening van de tuchtsanctie ten onrechte geen rekening gehouden met de duur van de voorlopige maatregel. De klacht is gedeeltelijk gegrond.