KC04/25-0069
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - CAMERABEELDEN - WANDELING
De eerste klacht gaat over de voorlopige maatregel van 30/03/2025 opgelegd door de directie van de gevangenis van Beveren na een vechtpartij die ontstond op de wandeling. De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing van 02/04/2025 genomen door de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager wou tussenbeide komen tijdens een vechtpartij die ontstond op de wandeling. Er werd een RAD opgemaakt en hij kreeg een voorlopige maatregel opgelegd, waardoor hij onder verplicht toezicht in de toegewezen verblijfsruimte (ATV) werd geplaatst. Vervolgens werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de dreiging daarmee”, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD.
Tijdens de zitting van de klachtencommissie werden de camerabeelden bekeken. De klachtencommissie is van oordeel dat noch uit de camerabeelden, noch uit het RAD blijkt dat klager de fysieke integriteit van medegedetineerden opzettelijk heeft aangetast, of daarmee gedreigd heeft. Hoewel uit de camerabeelden blijkt dat klager aanwezig was tijdens de derde fase van het incident (bemiddelen tussen de medegedetineerden die op de vuist waren gegaan), stelt de klachtencommissie vast dat klager zelf geen slagen heeft uitgedeeld. Ook stelt de opsteller van het RAD zelf dat het niet duidelijk vast te stellen is door wie of aan wie er slagen werden uitgedeeld. De klachtencommissie is van oordeel dat het louter uitdoen van zijn vest en zijn aanwezigheid bij het gevecht, zoals blijkt uit het RAD en uit de camerabeelden, onvoldoende is om de tuchtrechtelijke inbreuk in hoofde van klager bewezen te achten.
De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk, maar niet gegrond. De beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel blijft bestaan.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.
De eerste klacht gaat over de voorlopige maatregel van 30/03/2025 opgelegd door de directie van de gevangenis van Beveren na een vechtpartij die ontstond op de wandeling. De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing van 02/04/2025 genomen door de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager wou tussenbeide komen tijdens een vechtpartij die ontstond op de wandeling. Er werd een RAD opgemaakt en hij kreeg een voorlopige maatregel opgelegd, waardoor hij onder verplicht toezicht in de toegewezen verblijfsruimte (ATV) werd geplaatst. Vervolgens werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de dreiging daarmee”, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD.
Tijdens de zitting van de klachtencommissie werden de camerabeelden bekeken. De klachtencommissie is van oordeel dat noch uit de camerabeelden, noch uit het RAD blijkt dat klager de fysieke integriteit van medegedetineerden opzettelijk heeft aangetast, of daarmee gedreigd heeft. Hoewel uit de camerabeelden blijkt dat klager aanwezig was tijdens de derde fase van het incident (bemiddelen tussen de medegedetineerden die op de vuist waren gegaan), stelt de klachtencommissie vast dat klager zelf geen slagen heeft uitgedeeld. Ook stelt de opsteller van het RAD zelf dat het niet duidelijk vast te stellen is door wie of aan wie er slagen werden uitgedeeld. De klachtencommissie is van oordeel dat het louter uitdoen van zijn vest en zijn aanwezigheid bij het gevecht, zoals blijkt uit het RAD en uit de camerabeelden, onvoldoende is om de tuchtrechtelijke inbreuk in hoofde van klager bewezen te achten.
De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk, maar niet gegrond. De beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel blijft bestaan.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.