Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0060

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN VOORWERPEN

Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing. Hij stelt dat zijn gedrag naar de betrokken beambte (1 keer vloeken) niet gepast was, maar dat dit kwam omdat de beambte hem onrespectvol behandelde. Klager stelt dat er ook een USB-stick werd aangetroffen die hij gebruikt voor opleidingsdoeleinden. Een lange discussie daarover werd vorig jaar beëindigd zonder oplossing, alleen blijft zijn nood aan een opleiding bestaan en blijft het aanbod van opleidingen in de gevangenis onbereikbaar en ontoereikend voor hem als houder van een diploma secundair onderwijs. Klager stelt dat nood de wet breekt omdat hij zonder USB geen andere goede manier heeft om bij te leren, maar hij na zijn detentie wel terug wil kunnen werken in de ICT-sector.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de drie rapporten aan de directeur duidelijk werden opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten.

Wat betreft de beledigingen en bedreigingen betwist klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting niet dat hij bepaalde woorden (“kus mijn kloten”) in zijn mond heeft genomen, maar stelt hij dat dit tegen zichzelf zou zijn geweest. De klachtencommissie hecht geen geloofwaardigheid aan de bewering van klager dat dit tegen zichzelf bedoeld was. De klachtencommissie besluit om deze redenen dat de directeur in redelijkheid en billijkheid deze tuchtrechtelijke inbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Wat betreft de gevonden USB-stick stelt de klachtencommissie vast dat klager niet ontkent dat een USB-stick gevonden werd, maar blijft hij ervan overtuigd dat hij dit nodig heeft en stelt zelf in zijn klacht dat nood de wet breekt. Tijdens de hoorzitting verklaart de advocaat van klager zelf dat de vondst van de USB-stick niet de eerste keer is en klager hiervoor de sanctie zal aanvaarden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid ook deze tuchtrechtelijke inbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.