KC04/25-0030
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – VERBODEN VOORWERPEN – ARBEID
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing, afzetting van werk en een ‘andere beslissing’. Hij heeft 30 dagen ATV gekregen, omdat een GSM bij zijn celgenoot gevonden is. Klager verklaart dat hij de GSM nooit gezien heeft. Zijn celgenoot heeft ook bevestigd dat de GSM van hem was. Klager had een goeie job in de bib.
- Wat betreft de voorlopige maatregel
Uit het document van de voorlopige maatregel blijkt dat de directie een beslissing heeft genomen op 13/02/2025, terwijl de voorlopige maatregel de avond voordien reeds een aanvang had genomen.
Los van de vraag of de directie de inschatting kon maken of in deze zaak überhaupt sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die een voorlopige maatregel ten aanzien van klager rechtvaardigde, blijkt uit de beschikbare stukken dat de voorlopige maatregel niet werd bevolen door de directie op 12/02/2025, maar hoogstwaarschijnlijk door een ander personeelslid op die dag. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
- Wat betreft de tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat louter de aanwezigheid van klager in de cel op het moment van de feiten nog geen bewijs is dat klager in het bezit is of een technologisch middel (een GSM) gebruikt die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt. De broer van klager was op het moment van de feiten de GSM aan het gebruiken. Hij heeft ook toegegeven dat het zijn GSM is.
De klachtencommissie brengt echter in herinnering dat het niet aan klager is om te bewijzen dat hij het niet heeft gedaan. Het is aan de directie om te bewijzen dat klager de feiten heeft gepleegd. De directie verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing naar de vaststellingen in het rapport die volgens haar duidelijk zijn. Het RAD verwijst echter naar het gebruik van een GSM door zijn broer en niet door klager zelf.
De Nederlandstalige beroepscommissie wees er in het verleden ook op het feit dat er internationale consensus bestaat dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn, aangezien dergelijke aanname leidt tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling, waarbij in het bijzonder zwakkere gedetineerden riskeren uitgebuit te worden.
De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten niet louter op basis van het RAD bewezen kon verklaren in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.
- Wat betreft de afzetting van werk
De directie verklaarde dat zij een andere gedetineerde heeft tewerkgesteld voor de functie van klager omdat klager tijdens zijn 30 dagen ATV niet mocht gaan werken. Dat klager zijn job is verloren.
Vermits de klachtencommissie de tuchtbeslissing heeft vernietigd, diende klager geen tuchtsanctie van 30 dagen ATV te ondergaan. De klachtencommissie meent om bovenstaande redenen dan ook dat klager niet afgezet kon worden van zijn werk.
De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing, afzetting van werk en een ‘andere beslissing’. Hij heeft 30 dagen ATV gekregen, omdat een GSM bij zijn celgenoot gevonden is. Klager verklaart dat hij de GSM nooit gezien heeft. Zijn celgenoot heeft ook bevestigd dat de GSM van hem was. Klager had een goeie job in de bib.
- Wat betreft de voorlopige maatregel
Uit het document van de voorlopige maatregel blijkt dat de directie een beslissing heeft genomen op 13/02/2025, terwijl de voorlopige maatregel de avond voordien reeds een aanvang had genomen.
Los van de vraag of de directie de inschatting kon maken of in deze zaak überhaupt sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die een voorlopige maatregel ten aanzien van klager rechtvaardigde, blijkt uit de beschikbare stukken dat de voorlopige maatregel niet werd bevolen door de directie op 12/02/2025, maar hoogstwaarschijnlijk door een ander personeelslid op die dag. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
- Wat betreft de tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat louter de aanwezigheid van klager in de cel op het moment van de feiten nog geen bewijs is dat klager in het bezit is of een technologisch middel (een GSM) gebruikt die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt. De broer van klager was op het moment van de feiten de GSM aan het gebruiken. Hij heeft ook toegegeven dat het zijn GSM is.
De klachtencommissie brengt echter in herinnering dat het niet aan klager is om te bewijzen dat hij het niet heeft gedaan. Het is aan de directie om te bewijzen dat klager de feiten heeft gepleegd. De directie verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing naar de vaststellingen in het rapport die volgens haar duidelijk zijn. Het RAD verwijst echter naar het gebruik van een GSM door zijn broer en niet door klager zelf.
De Nederlandstalige beroepscommissie wees er in het verleden ook op het feit dat er internationale consensus bestaat dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn, aangezien dergelijke aanname leidt tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling, waarbij in het bijzonder zwakkere gedetineerden riskeren uitgebuit te worden.
De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten niet louter op basis van het RAD bewezen kon verklaren in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.
- Wat betreft de afzetting van werk
De directie verklaarde dat zij een andere gedetineerde heeft tewerkgesteld voor de functie van klager omdat klager tijdens zijn 30 dagen ATV niet mocht gaan werken. Dat klager zijn job is verloren.
Vermits de klachtencommissie de tuchtbeslissing heeft vernietigd, diende klager geen tuchtsanctie van 30 dagen ATV te ondergaan. De klachtencommissie meent om bovenstaande redenen dan ook dat klager niet afgezet kon worden van zijn werk.
De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing