Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0342

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - VERBODEN VOORWERPEN

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 8 november 2024 een tuchtsanctie van drie dagen ATV voor ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorschreven bepalingen’ (een inbreuk van de tweede categorie). In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 4 november 2024.

Klager wordt op 8 november 2024 gehoord tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, met bijstand van zijn advocaat. Zijn standpunt wordt samengevat weergegeven. Klager betwist niet dat hij heeft getracht om zaken door te schuiven aan de hand van een cd. De cd werd echter onderschept door een beambte, die verdere handelingen heeft gesteld. De vaststellingen zijn daardoor, aldus de advocaat, gebeurd op een manier waar men vragen bij kan stellen. In het rapport valt duidelijk te lezen dat de beambte het zelf gedaan heeft, meent klager.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk en nauwkeurig werd opgesteld. Uit de vaststellingen blijkt dat klager (meerdere malen) heeft gepoogd om een cd door te geven aan zijn buurman. Klager ontkent dit niet, maar benadrukt dat de cd werd onderschept door de beambte, die
verdere handelingen heeft gesteld om de poging te laten slagen; klager zelf heeft hier niets mee te maken, stelt hij.

In de Basiswet wordt de poging niet gedefinieerd. In het strafrecht wordt de poging tot het plegen van een misdaad gedefinieerd als volgt: “Strafbare poging bestaat, wanneer het voornemen om eenmisdaad of een wanbedrijf te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of van dat wanbedrijf uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebbengemist.”. Vooraleer sprake kan zijn van een poging, moet er dus minstens een eerste daad van uitvoering geweest zijn. De klachtencommissie meent dat aan deze voorwaarde is voldaan: klager heeft zijn intentie om een voorwerp door te geven, veruitwendigd. Gelet op de vaststellingen uit het RAD en het gegeven dat klager niet ontkent te hebben gepoogd de cd door te geven, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie meent bovendien dat er geen sprake is van uitlokking en dat het gegeven dat de beambte de poging zou hebben doen lukken, geen afbreuk doet aan het feit dat klager een eerste daad van uitvoering heeft gesteld waardoor er weldegelijk sprake is van een poging in de zin van het Strafwetboek en artikel 131 van de Basiswet.

De directie kwalificeerde de feiten als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorschreven bepalingen’ (een inbreuk van de tweede categorie). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat de directie van oordeel was dat de vondst van de verschillende cd’s met hieraan een koortje, wijzen op een zelfgemaakt item dat klager in de mogelijkheid stelt om bepaalde zaken op een heimelijke manier aan medegedetineerden door te geven. Dit maakt een inbreuk uit op het huishoudelijk reglement (pagina 11). De klachtencommissie merkt op dat de directie klager niet expliciet sanctioneert voor de poging tot het plegen van de inbreuk. Zij acht het aangewezen om in de toekomst, uit zorgvuldigheid, dit in de motivering van de tuchtbeslissing te expliciteren wanneer er sprake is van een poging. De klachtencommissie acht dit aspect echter niet van die orde dat dit de bestreden beslissing onwettig, onredelijk of onbillijk maakt.

In geval van een inbreuk van de tweede categorie, kan er voor een maximumduur van vijftien dagen de tuchtsanctie worden opgelegd van ATV. De poging tot het plegen van een tuchtrechtelijke inbreuk, wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk zelf.
Klager kreeg drie dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk enredelijk. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.