Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0303

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT OP TEGENSPRAAK

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing.

Wat betreft de ontvankelijkheid, brengt de klachtencommissie artikel 150, §5 Basiswet in herinnering. Een klacht dient uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, te worden ingediend. Een klacht die werd ingediend na afloop van deze termijn is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.

Uit het dossier blijkt niet of en wanneer de beslissing aan klager ter kennis werd gebracht. De directie heeft geen stukken bijgebracht ter staving van haar standpunt dat de klacht niet-ontvankelijk is. Bovendien voert klager op de zitting van de klachtencommissie aan dat hij geen bericht heeft gekregen van de uitspraak, maar dat de kwartierchef gewoon een sticker op zijn deur is komen plakken.

De klachtencommissie meent dat in die omstandigheden, de termijn van zeven dagen niet is beginnen lopen. De klacht is dus ontvankelijk.

Wat betreft de gegrondheid, wijst de klachtencommissie op de rechtspraak van het EHRM: het recht op tegenspraak omvat de mogelijkheid om kennis te nemen van en commentaar te leveren op alle aangevoerde bewijzen of ingediende opmerkingen, met het oog op de beslissing van de rechter te beïnvloeden. Bewijs dat een beslissende invloed kan hebben op het oordeel van de rechtbank – in casu de tuchtoverheid – moet onderworpen zijn aan tegenspraak.

In casu blijkt dat het medisch attest in aanmerking werd genomen door de directie bij het nemen van haar tuchtbeslissing. Op basis van het medisch attest, meent de directie dus dat de tegenindicatie aangevoerd door klager – dat hij allergisch is aan cannabis – onvoldoende aannemelijk is om de geloofwaardigheid van het RAD in twijfel te trekken en rekent ze de tuchtinbreuk toe aan klager.

De klachtencommissie meent dat het recht op tegenspraak in casu dicteert dat klager/zijn advocaat kennis konden nemen van en commentaar leveren op het medisch attest. Dit was niet het geval. Dit maakt een schending uit van artikel 6 EVRM en leidt tot de nietigheid van de beslissing.

Om deze reden is de klacht gegrond.