ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
De klacht is gericht tegen de ordemaatregel (afzetting van werk).
Klager was meerdere malen afwezig op het werk en legde geen medisch attest voor. Voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel tot afzetting van werk, werd klager gehoord en kreeg hij een waarschuwing.
Op basis van de verschillende onregelmatige afwezigheden, kon de directie beslissen dat klager niet geschikt was voor de arbeidspost. De klachtencommissie meent dat de directie de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel correct heeft nageleefd. Zo werd de beslissing gemotiveerd en werd deze hem schriftelijk meegedeeld met vermelding van de reden. Hij behield ook, in lijn met de dienstnota, zijn plek op de werkerslijst.
De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk niet onwettig of onredelijk is.
De klachtencommissie merkt bovendien op dat de bijkomende stukken die klager aanlevert (berichten met het verzoek om gezien te worden door een arts) dateren van enkele weken ná de ongewettigde afwezigheden. Daarmee toont klager niet aan dat hij gewettigd afwezig was, noch dat hij heeft getracht om een doktersattest te verkrijgen die zijn afwezigheden op 25 juni, 29 juni en 1 juli zouden verantwoorden.
De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen de ordemaatregel (afzetting van werk).
Klager was meerdere malen afwezig op het werk en legde geen medisch attest voor. Voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel tot afzetting van werk, werd klager gehoord en kreeg hij een waarschuwing.
Op basis van de verschillende onregelmatige afwezigheden, kon de directie beslissen dat klager niet geschikt was voor de arbeidspost. De klachtencommissie meent dat de directie de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel correct heeft nageleefd. Zo werd de beslissing gemotiveerd en werd deze hem schriftelijk meegedeeld met vermelding van de reden. Hij behield ook, in lijn met de dienstnota, zijn plek op de werkerslijst.
De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk niet onwettig of onredelijk is.
De klachtencommissie merkt bovendien op dat de bijkomende stukken die klager aanlevert (berichten met het verzoek om gezien te worden door een arts) dateren van enkele weken ná de ongewettigde afwezigheden. Daarmee toont klager niet aan dat hij gewettigd afwezig was, noch dat hij heeft getracht om een doktersattest te verkrijgen die zijn afwezigheden op 25 juni, 29 juni en 1 juli zouden verantwoorden.
De klacht is ongegrond.