KC04/24-0205
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - BEWIJS - ORDEMAATREGEL
De klacht is drievoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een ordemaatregel
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie merkt op dat de motivering van de voorlopige maatregel zich beperkt tot het feit dat er drugs werden gevonden op klagers cel. Er wordt echter geen enkel individueel element aangehaald waaruit blijkt dat klagers gedrag de fysieke integriteit van personen in het gevaar brengt, dan wel de goede staat van roerende of onroerende goederen. Uit de motivering blijkt niet dat klager drugs tot zich had genomen of zich op één of andere manier agressief gedroeg, in welk geval zijn gedrag wél als een gevaar voor de interne veiligheid zou kunnen worden beschouwd. De klachtencommissie meent dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen
2. De tuchtbeslissing
Klager en zijn advocaat voeren aan dat er onregelmatigheden staan in het RAD. Op het RAD van 9/7/2024 zou een fout uur genoteerd zijn: 18u40, waar het volgens klager om 18u20 ging. Op het uur waarvan sprake is in het RAD – 18.40u – zou klager al aan het werk zijn geweest in de keuken. Klager en zijn advocaat beweren met andere woorden dat de onregelmatigheden in het RAD dit tot een onbetrouwbare basis maken voor de tuchtbeslissing.
De klachtencommissie meent dat een kleine fout – een verschil van 20 minuten – in het noteren van het uur op het RAD geen invloed heeft op de feitelijkheden van de zaak, zoals die beschreven staan in het RAD: ten eerste, werden er verboden substanties teruggevonden op de monocel van klager. Ten tweede was er sprake van een verdachte geur op het moment dat de beambte klager naar het keukenmoment wou laten gaan. Het is dus niet zo dat klager niet op cel was wanneer de verdachte geur werd vastgesteld. Klager zijn ontkenning van de feiten beperkt zich tot te stellen dat hij om 18u40 – het moment dat de geurwaarneming volgens het RAD plaatsvond – al aan het werk was. Hij ontkent niet de grond van de zaak, met name dat er een wietgeur werd waargenomen toen de beambte hem kwam halen om naar het keukenmoment te gaan. De klachtencommissie meent dat een kleine fout in het noteren van het uur op het RAD – 18.20u dan wel 18.40u – geen afbreuk doet aan de bevinding zelf.
De klachtencommissie buigt zich tot slot over de bewering van klagers advocaat ter zitting, met name dat zij de verboden substanties niet te zien kregen op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie merkt op dat het presenteren van bewijs dat wordt gebruikt als basis voor de (tucht)beslissing aan tegenspraak onderworpen dient te zijn. Zij merkt vervolgens op dat uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat het bewijs wel degelijk aan tegenspraak onderworpen werd. De nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting luiden als volgt:
“Dir: Meester, hebt u nog iets toe te voegen? Uw verdediging gaat enkel over de vaststellingen die op papier staan? Kunnen we de substantie die gevonden werd er even bijhalen?
PA: Ja, ik ga ze halen.
(De substantie wordt door de directeur bekeken in de aanwezigheid van de gedetineerde en de advocaat.)”
De klachtencommissie meent dat er voldoende elementen voorliggen om de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen te beschouwen.
3. De ordemaatregel
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat drugsgebruik en/of -bezit niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
De klacht is drievoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een ordemaatregel
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie merkt op dat de motivering van de voorlopige maatregel zich beperkt tot het feit dat er drugs werden gevonden op klagers cel. Er wordt echter geen enkel individueel element aangehaald waaruit blijkt dat klagers gedrag de fysieke integriteit van personen in het gevaar brengt, dan wel de goede staat van roerende of onroerende goederen. Uit de motivering blijkt niet dat klager drugs tot zich had genomen of zich op één of andere manier agressief gedroeg, in welk geval zijn gedrag wél als een gevaar voor de interne veiligheid zou kunnen worden beschouwd. De klachtencommissie meent dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen
2. De tuchtbeslissing
Klager en zijn advocaat voeren aan dat er onregelmatigheden staan in het RAD. Op het RAD van 9/7/2024 zou een fout uur genoteerd zijn: 18u40, waar het volgens klager om 18u20 ging. Op het uur waarvan sprake is in het RAD – 18.40u – zou klager al aan het werk zijn geweest in de keuken. Klager en zijn advocaat beweren met andere woorden dat de onregelmatigheden in het RAD dit tot een onbetrouwbare basis maken voor de tuchtbeslissing.
De klachtencommissie meent dat een kleine fout – een verschil van 20 minuten – in het noteren van het uur op het RAD geen invloed heeft op de feitelijkheden van de zaak, zoals die beschreven staan in het RAD: ten eerste, werden er verboden substanties teruggevonden op de monocel van klager. Ten tweede was er sprake van een verdachte geur op het moment dat de beambte klager naar het keukenmoment wou laten gaan. Het is dus niet zo dat klager niet op cel was wanneer de verdachte geur werd vastgesteld. Klager zijn ontkenning van de feiten beperkt zich tot te stellen dat hij om 18u40 – het moment dat de geurwaarneming volgens het RAD plaatsvond – al aan het werk was. Hij ontkent niet de grond van de zaak, met name dat er een wietgeur werd waargenomen toen de beambte hem kwam halen om naar het keukenmoment te gaan. De klachtencommissie meent dat een kleine fout in het noteren van het uur op het RAD – 18.20u dan wel 18.40u – geen afbreuk doet aan de bevinding zelf.
De klachtencommissie buigt zich tot slot over de bewering van klagers advocaat ter zitting, met name dat zij de verboden substanties niet te zien kregen op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie merkt op dat het presenteren van bewijs dat wordt gebruikt als basis voor de (tucht)beslissing aan tegenspraak onderworpen dient te zijn. Zij merkt vervolgens op dat uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat het bewijs wel degelijk aan tegenspraak onderworpen werd. De nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting luiden als volgt:
“Dir: Meester, hebt u nog iets toe te voegen? Uw verdediging gaat enkel over de vaststellingen die op papier staan? Kunnen we de substantie die gevonden werd er even bijhalen?
PA: Ja, ik ga ze halen.
(De substantie wordt door de directeur bekeken in de aanwezigheid van de gedetineerde en de advocaat.)”
De klachtencommissie meent dat er voldoende elementen voorliggen om de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen te beschouwen.
3. De ordemaatregel
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat drugsgebruik en/of -bezit niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.