KC04/24-0195
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - RECHTEN VAN VERDEDIGING - BIJSTAND ADVOCAAT
De klacht is tweevoudig en betreft
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat het niet onredelijk is van de directie te oordelen dat klagers gedrag – het uiten van bedreigingen – een gevaar uitmaakte voor de interne veiligheid, meer bepaald voor de fysieke integriteit van personen. De klachtencommissie meent dus dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden om een voorlopige maatregel op te leggen.
2. De tuchtbeslissing
Klager voert aan dat de tuchtprocedure gebrekkig is verlopen, met name dat hij niet werd gehoord over het RAD door de directie en dat hem de kans werd ontnomen naar zijn advocaat te bellen.
De klachtencommissie merkt op dat klager heeft aangeduid geen bijstand van een advocaat te wensen op het formulier “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure”.
Klager weigerde dit formulier te ondertekenen.
Daarnaast merkt de klachtencommissie op dat klager weigerde te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting . Het document “verklaring weigering te worden gehoord” weigerde klager eveneens te ondertekenen.
De klachtencommissie kan niet anders dan vaststellen dat datgene waarover klager zich beklaagt, met name het feit dat hij niet werd gehoord door de directie over het rapport en het feit dat hij zijn advocaat niet mocht bellen, te wijten is aan klagers eigen keuzes: hij verklaarde zelf geen bijstand te willen van een advocaat én weigerde vervolgens te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting.
De klacht is tweevoudig en betreft
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat het niet onredelijk is van de directie te oordelen dat klagers gedrag – het uiten van bedreigingen – een gevaar uitmaakte voor de interne veiligheid, meer bepaald voor de fysieke integriteit van personen. De klachtencommissie meent dus dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden om een voorlopige maatregel op te leggen.
2. De tuchtbeslissing
Klager voert aan dat de tuchtprocedure gebrekkig is verlopen, met name dat hij niet werd gehoord over het RAD door de directie en dat hem de kans werd ontnomen naar zijn advocaat te bellen.
De klachtencommissie merkt op dat klager heeft aangeduid geen bijstand van een advocaat te wensen op het formulier “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure”.
Klager weigerde dit formulier te ondertekenen.
Daarnaast merkt de klachtencommissie op dat klager weigerde te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting . Het document “verklaring weigering te worden gehoord” weigerde klager eveneens te ondertekenen.
De klachtencommissie kan niet anders dan vaststellen dat datgene waarover klager zich beklaagt, met name het feit dat hij niet werd gehoord door de directie over het rapport en het feit dat hij zijn advocaat niet mocht bellen, te wijten is aan klagers eigen keuzes: hij verklaarde zelf geen bijstand te willen van een advocaat én weigerde vervolgens te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting.