TUCHT
De klachtencommissie merkt op dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting toegeeft dat hij een slag heeft gegeven aan zijn medegedetineerde. Eerst voert hij aan dat dit enkel ter zelfverdediging was, omdat iemand hem had geslagen (“iemand heeft me geslagen en [gezegd] dat ik een motherfucker was. […] Hij geeft me dan een slag en ik heb hem teruggeslagen. […] Ik mag me toch verdedigen”). Echter, klager voert vervolgens aan dat “ik kan zoiets niet laten passeren. Een slag zou ik misschien nog kunnen vergeven, maar hij mag niets over mijn moeder zeggen. Dat kan ik niet laten passeren.” De klachtencommissie meent dat uit deze tweede uitspraak blijkt dat klagers gedrag niet louter ter zelfverdediging diende. Ze meent dat de directie op basis hiervan dan ook redelijkerwijze kon besluiten dat een tuchtinbreuk werd begaan, met name de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
De klachtencommissie merkt op dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting toegeeft dat hij een slag heeft gegeven aan zijn medegedetineerde. Eerst voert hij aan dat dit enkel ter zelfverdediging was, omdat iemand hem had geslagen (“iemand heeft me geslagen en [gezegd] dat ik een motherfucker was. […] Hij geeft me dan een slag en ik heb hem teruggeslagen. […] Ik mag me toch verdedigen”). Echter, klager voert vervolgens aan dat “ik kan zoiets niet laten passeren. Een slag zou ik misschien nog kunnen vergeven, maar hij mag niets over mijn moeder zeggen. Dat kan ik niet laten passeren.” De klachtencommissie meent dat uit deze tweede uitspraak blijkt dat klagers gedrag niet louter ter zelfverdediging diende. Ze meent dat de directie op basis hiervan dan ook redelijkerwijze kon besluiten dat een tuchtinbreuk werd begaan, met name de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.