Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0147

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur
BEZOEK - REDELIJKHEID

De klacht betreft het feit dat klagers bezoek niet is kunnen doorgaan in de gevangenis van Beveren.

Uit het dossier blijkt dat klager het ongestoord bezoek voor die dag, waarop het gevangenispersoneel staakte, had gereserveerd om 15u45. Hij zou ook tafelbezoek kunnen ontvangen om 16u30. Het ongestoord bezoek zou correct zijn gereserveerd en zou ook zijn toegekend aan klager. Het tafelbezoek zou, aldus de directie, in ieder geval kunnen doorgaan aangezien dit niet moest worden gereserveerd.

Volgens klager kreeg hij van een beambte (gelet op de gedeeltelijke overlap van beide bezoekmomenten) de keuze tussen beide bezoeken. Nadat hij ervan werd verzekerd dat het ongestoord bezoek zou doorgaan, koos hij daarvoor en kwam zijn tafelbezoek te vervallen. De directie trekt deze verklaring in twijfel.

De klachtencommissie acht de verklaringen van klager geloofwaardig, in die zin dat hem verkeerde informatie werd gegeven door de beambte (volgens wie het ongestoord bezoek wel zou doorgaan), waardoor klager afstand deed van de reservatie van het tafelbezoek dat achteraf zou plaatsvinden. Uiteindelijk bleek dat het ongestoord bezoek sowieso niet zou doorgaan, en dat hij – door de keuze die hij had gemaakt – ook geen recht meer had op tafelbezoek. Hierdoor liep hij beide vormen van bezoek mis.

De klachtencommissie heeft er begrip voor dat het ongestoord bezoek niet is kunnen doorgaan als gevolg van de staking, maar acht het onredelijk dat klager geen alternatief werd aangeboden zoals een tafelbezoek.

Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in dergelijke situaties enige redelijkheid aan de dag moet leggen: het bezoek is de enige manier waarop een gedetineerde nog met de samenleving verbonden is en is dan ook een fundamenteel recht. Noch uit het verweer, noch uit de mondelinge toelichting op zitting van de klachtencommissie blijkt dat er praktische bezwaren waren om het tafelbezoek alsnog te laten doorgaan.

Al deze omstandigheden in acht genomen, meent de klachtencommissie dat de beslissing om klager beide vormen van bezoek de facto te ontzeggen, onredelijk is.

Om deze redenen is de klacht gegrond.

De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe in de vorm van één extra ongestoord bezoek.