Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0138

Non fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL - UITVOERING TUCHTBESLISSING - FOUILLE LICHAAM - ORDEMAATREGEL - STAKING

De klacht is gericht tegen
1. een voorlopige maatregel van 26 april 2024;
2. een fouillering op het lichaam (naaktfouille) van 26 april 2024;
3. een ordemaatregel van 29 april 2024;
4. een tuchtbeslissing van 29 april 2024;
5. de beperking van telefonie- en bezoekmogelijkheden tijdens de staking.

1. De voorlopige maatregel
Ten aanzien van klager werd een voorlopige maatregel genomen tot plaatsing op een beveiligde cel. De beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel werd gesteund op de houding en het gedrag van klager ten aanzien van zichzelf en het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van deze vaststellingen terecht kon besluiten dat de interne veiligheid werd aangetast en dat de voorlopige maatregel, in afwachting van de verdere tuchtprocedure, gerechtvaardigd was.
Om deze redenen, is de eerste klacht niet gegrond.

2. De naaktfouille
De klachtencommissie merkt op dat de klacht zich niet richt tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam an sich, maar wel tegen de uitvoering ervan. Klager beklaagt zich over het feit dat hij zich moest uitkleden voor een vrouwelijke verpleegkundige. De klachtencommissie kan oordelen over de uitvoering van de naaktfouille die tot stand kwam via een beslissing van de directeur. De uitvoering van de naaktfouille is immers een feitelijk handelen dat in verband kan worden gebracht met een beslissing van de directeur.
De klachtencommissie meent vooreerst dat een verpleegkundige niet kan worden gelijkgesteld met een lid van het bewakingspersoneel, zoals opgenomen in artikel 108, §2 van de Basiswet.
Bovendien kan de klachtencommissie niet verifiëren of de verpleegkundige tijdens de uitvoering van de fouille aanwezig was. Klager maakt dit niet aannemelijk.Ter zitting van de klachtencommissie verklaart hij dat hij op zijn buik lag, waardoor klager niet met zekerheid zou kunnen zeggen of de verpleegkundige op het moment van de naaktfouille nog aanwezig was in de ruimte. De directie stelt dit ook expliciet tegen in haar verweer: “[…] bevraging leert ons echter dat de verpleegster niet aanwezig was tijdens de fouille op het lichaam enkel wanneer betrokkene werd geplaatst maar niet tijdens de echte fouille”.
De klachtencommissie stelt geen schending vast van artikel 108, §3 van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 van CB 141.
De tweede klacht is ongegrond.

3. De ordemaatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van bepaald gedrag dat klager heeft gesteld. De directie meent dat klager weigerde om gehoor te geven aan de aanmaningen van het personeel tijdens de noodprocedure en dat hij de orde op de vleugel verstoorde door luid te roepen en op zijn deur te kloppen. Bovendien meent de directie dat de dreiging met automutilatie aan de hand van een scherf zowel voor hem, als voor de beambten een bedreiging vormde. Dergelijk gedrag hoort volgens de directie niet op een open regime.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat het vertonen van weerspannig en dreigend gedrag niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.

4. De tuchtbeslissing
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 29 april 2024 een tuchtsanctie van veertien dagen ATV voor vier tuchtrechtelijke inbreuken:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een inbreuk van de eerste categorie );
- de opzettelijke aantasting van de orde (een inbreuk van de eerste categorie );
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (een inbreuk van de tweede categorie );
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie ).
Gelet op de vaststellingen uit de verschillende RAD die werden ondertekend door verschillende beambten en de verklaringen van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt o.m. dat de directie van oordeel was dat, ondanks dat ze de frustraties van klager kan begrijpen, deze situatie geen vrijgeleide was om de orde en de veiligheid dermate te verstoren. Klager weigerde niet alleen gehoor te geven aan de orders van het personeel, hij ging ook in discussie en bracht zijn eigen en andermans veiligheid in gevaar. Ook werd de rust op de vleugel ernstig verstoord, wat volgens de directie niet toelaatbaar is op een open regime.
De klachtencommissie acht de kwalificaties en de motivering van de tuchtinbreuken correct en afdoende gemotiveerd.
De directie legde aan klager veertien dagen ATV op. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.

5. De beperkingvan telefonie- en bezoekmogelijkheden tijdens de staking
Artikel 17 van de wet van 23 maart 2019 “betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel” bepaalt welke minimumrechten er tijdens een staking moeten worden gewaarborgd. Hieronder valt: de mogelijkheid om in contact te blijven met zijn naastbestaanden. In geval van een staking van meer dan twee dagen, minstens één keer via bezoek en telefoon.
Het is bovendien de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de directie om de contactmogelijkheden van elke gedetineerde te garanderen.
De klachtencommissie dient zich dus te buigen over de vraag of de directie voldoende maatregelen heeft genomen om de contactmogelijkheden van klager tijdens de staking te waarborgen.
Klager heeft op een tijdspanne van tien weken tijd 5,5 keer bezoek ontvangen. Hij beschikt in principe over een telefoon op cel, tenzij onder ATV. Tijdens ATV kan hij nog steeds eenmaal per week bellen vanop gang. Klager voert in zijn klachtenformulier niet aan dat hij deze mogelijkheid niet heeft gekregen. Er is geen verzuim in hoofde van de directie.
De klacht is niet-ontvankelijk.