Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0100

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht is gericht tegen twee tuchtbeslissingen van de directie van de gevangenis van Beveren.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 27 maart 2024 een tuchtsanctie van vijf dagen ATV voor het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen op substanties (een inbreuk van de eerste categorie ). Op 3 april 2024 werd klager gesanctioneerd met vier dagen ATV voor dezelfde inbreuk.

De advocaat van klager stelt dat de feiten omschreven in de RAD’s samenhangen en de sanctie als één geheel dient te worden bekeken. De directie is een andere mening toegedaan, en meent dat de procedures afzonderlijk moeten worden afgehandeld.
Op 22 maart 2024 namen beambten een verdachte geur waar en op 27 maart werd naar aanleiding van nader onderzoek door middel van een celcontrole, verboden substantie aangetroffen.
De klachtencommissie meent dat er in casu sprake is van één opzet en er een verband bestaat tussen beide situaties (de geurwaarneming enerzijds en het aantreffen van de verboden substantie anderzijds). Er is volgens de klachtencommissie sprake van samenhang tussen de feiten. De klachtencommissie zal de feiten dan ook als één geheel behandelen.

De klachtencommissie meent dat er met de nodige omzichtigheid moet worden omgesprongen wanneer het gaat om geurwaarnemingen, gelet op het feit dat de geur zich snel door de lucht kan verspreiden en het daardoor soms moeilijk kan zijn om de bron ervan te bepalen. Een gedetineerde kan enkel gesanctioneerd worden voor het bezit van verboden substanties indien de geurwaarneming voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd werd en het vermoeden van bezit daarenboven werd ondersteund door bijkomende belastende elementen.
De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier terecht kon worden besloten dat de geur kon worden herleid naar klager, gelet op de later aangetroffen verboden substantie op zijn cel.

Klager werd bij tuchtbeslissing van 27 maart 2024 gesanctioneerd met vijf dagen ATV. Bij tuchtbeslissing van 3 april 2024 werd klager gesanctioneerd met vier dagen ATV.
Gelet op de samenhang tussen beide dossiers, meent de klachtencommissie dat aan klager onterecht tweemaal ATV werd opgelegd.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 27 maart 2024. De tuchtbeslissing van 3 april 2024 en de daarbij opgelegde sanctie van vier dagen ATV, blijven behouden. De directie dient het tuchtregister van klager op deze manier aan te passen.