TUCHT - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Hij dient hiertegen klacht in.
De klachtencommissie meent dat de directie onzorgvuldig te werk is gegaan bij het voeren van haar onderzoek naar de (on)schuld van klager. De directie verwijt hem in essentie dat hij meer dan normaal naar het toilet is gegaan. Klager geeft hiervoor een plausibele uitleg, met name dat hij leidt aan een allergie en hierdoor zijn handen vaak moet wassen.
Uit het dossier blijkt dat de directie enkel de camerabeelden heeft bekeken van het laatste uur op 14 maart 2024, wanneer klager tewerk gesteld was in het atelier. De uren ervoor, dan wel de dagen tussen klagers tewerkstelling en de vondst van de drugs heeft de directie niet bekeken. Op de zitting van de klachtencommissie gaf de directie aan dat de beelden op het moment van de tuchtzitting van 22 maart 2024 niet meer beschikbaar waren, waardoor ze ook niet kon ingaan op het verzoek van de advocaat om de camerabeelden uitgebreider te bekijken.
De klachtencommissie meent dat dit de directie bezwaarlijk kan ontheffen van haar zorgvuldigheidsplicht. Indien de camerabeelden niet meer beschikbaar zijn op het moment dat de directie haar beslissing moet nemen en zij zonder deze beelden de schuld van klager niet kan beoordelen, dient het vermoeden van onschuld te primeren. De klachtencommissie meent dat het verder onderzoek aan de camerabeelden noodzakelijk was om de schuld van klager te beoordelen. De directie heeft de zorgvuldigheidsplicht geschonden door dit niet te doen.
Ten overvloede merkt de klachtencommissie nog op dat zij per e-mail het resultaat van klagers drugstest heeft binnengekregen. Het resultaat was negatief.
De klacht is gegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Hij dient hiertegen klacht in.
De klachtencommissie meent dat de directie onzorgvuldig te werk is gegaan bij het voeren van haar onderzoek naar de (on)schuld van klager. De directie verwijt hem in essentie dat hij meer dan normaal naar het toilet is gegaan. Klager geeft hiervoor een plausibele uitleg, met name dat hij leidt aan een allergie en hierdoor zijn handen vaak moet wassen.
Uit het dossier blijkt dat de directie enkel de camerabeelden heeft bekeken van het laatste uur op 14 maart 2024, wanneer klager tewerk gesteld was in het atelier. De uren ervoor, dan wel de dagen tussen klagers tewerkstelling en de vondst van de drugs heeft de directie niet bekeken. Op de zitting van de klachtencommissie gaf de directie aan dat de beelden op het moment van de tuchtzitting van 22 maart 2024 niet meer beschikbaar waren, waardoor ze ook niet kon ingaan op het verzoek van de advocaat om de camerabeelden uitgebreider te bekijken.
De klachtencommissie meent dat dit de directie bezwaarlijk kan ontheffen van haar zorgvuldigheidsplicht. Indien de camerabeelden niet meer beschikbaar zijn op het moment dat de directie haar beslissing moet nemen en zij zonder deze beelden de schuld van klager niet kan beoordelen, dient het vermoeden van onschuld te primeren. De klachtencommissie meent dat het verder onderzoek aan de camerabeelden noodzakelijk was om de schuld van klager te beoordelen. De directie heeft de zorgvuldigheidsplicht geschonden door dit niet te doen.
Ten overvloede merkt de klachtencommissie nog op dat zij per e-mail het resultaat van klagers drugstest heeft binnengekregen. Het resultaat was negatief.
De klacht is gegrond.