Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0020

Non fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Pas de décision du directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De eerste klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis van Beveren waarbij ten aanzien van klager een voorlopige maatregel werd opgelegd.
De klachtencommissie acht het in deze zaak niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie van oordeel was dat er een ernstige en opzettelijke aantasting was van de interne veiligheid en daarom een voorlopige maatregel heeft opgelegd, zodat verdere procedure uitsluitsel konden geven over de toedracht van de feiten. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. De beslissing tot voorlopige maatregel was verantwoord. De eerste klacht is niet gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een inbreuk van de eerste categorie), het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (een inbreuk van de eerste categorie) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie).
In voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in de RAD van 30 december 2023, evenals de uitspraken van klager ter tuchtzitting.

Volgens de klachtencommissie ging de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten door de feiten bewezen te achten.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de verschillende inbreuken kon weerhouden.
Op basis van de geuite bedreigingen ten aanzien van een medegedetineerde en het personeel (tweede RAD), kon de directie besluiten dat er sprake was van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee.
Op basis van de vondst tijdens de celcontrole (eerste RAD) en de verklaringen van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting, kon de directie besluiten dat er sprake was van het bezit van of de handel in verboden substanties.
Gelet op de vaststellingen m.b.t. het negeren van de aanmaningen van het personeel (tweede RAD), kon de directie tenslotte ook de derde inbreuk weerhouden, nl. het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
Klager kreeg een tuchtsanctie van eenentwintig dagen ATV opgelegd voor de verschillende inbreuken, waarvan de twee inbreuken van de eerste categorie. Aangezien er voor een inbreuk van de eerste categorie ATV kan worden opgelegd voor maximaal dertig dagen, is de beslissing om eenentwintig dagen ATV op te leggen bijgevolg wettig. Dit is, gelet op alle omstandigheden in het dossier en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager, niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de tweede klacht niet gegrond.

De derde klacht is gericht tegen de beslissing tot afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Beveren.
De klachtencommissie stelt vast dat er op het moment dat de klacht werd ingediend, nog geen beslissing van de directeur tot afzetting van werk voorhanden was.
De derde klacht is niet-ontvankelijk.

De vierde klacht is gericht tegen het niet doorverwijzen naar de psychiater.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij niet wordt doorverwezen naar een psychiater, ondanks herhaaldelijk schrijven.
De directie heeft geen beslissingsbevoegdheid in medische aangelegenheden. In het voorliggend dossier werd er volgens de klachtencommissie dan ook géén beslissing genomen door de directeur, noch had dit het geval moeten zijn.
De vierde klacht is niet-ontvankelijk.