KC04/23-0299
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - TOEREKENBAARHEID
De klacht is drievoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel;
- een naaktfouille;
- een tuchtbeslissing.
1. De voorlopige maatregel
De voorlopige maatregel werd niet ondertekend door de directeur. De voorlopige maatregel is aldus onwettig.
2. De naaktfouille
Een onderzoek aan het lichaam heeft een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer er andere, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken, zoals een onderzoek op de kledij, moet men deze eerst uit te putten. Wanneer een minder ingrijpende methode niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De klachtencommissie meent dat de directie voldoende heeft gemotiveerd waarom een fouille aan de kledij niet volstond.
3. De tuchtbeslissing
Wat betreft de verboden substanties, meent de klachtencommissie dat de directie redelijkerwijze kon afgaan op de gebeurtenissen zoals beschreven in het RAD . Te meer omdat dit ondersteund wordt door de vondst van verboden substanties bij klagers celgenoot en klagers opmerking dat men de volgende keer “maar sneller [moet] zijn”.
Wat betreft de lawaaihinder, komt de klachtencommissie tot een gelijkaardige conclusie. De klachtencommissie meent dat de directie uit de vaststellingen van de RADs redelijkerwijze kon afleiden dat klager minstens betrokken was bij het veroorzaken van het nachtlawaai.
De klacht is drievoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel;
- een naaktfouille;
- een tuchtbeslissing.
1. De voorlopige maatregel
De voorlopige maatregel werd niet ondertekend door de directeur. De voorlopige maatregel is aldus onwettig.
2. De naaktfouille
Een onderzoek aan het lichaam heeft een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer er andere, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken, zoals een onderzoek op de kledij, moet men deze eerst uit te putten. Wanneer een minder ingrijpende methode niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De klachtencommissie meent dat de directie voldoende heeft gemotiveerd waarom een fouille aan de kledij niet volstond.
3. De tuchtbeslissing
Wat betreft de verboden substanties, meent de klachtencommissie dat de directie redelijkerwijze kon afgaan op de gebeurtenissen zoals beschreven in het RAD . Te meer omdat dit ondersteund wordt door de vondst van verboden substanties bij klagers celgenoot en klagers opmerking dat men de volgende keer “maar sneller [moet] zijn”.
Wat betreft de lawaaihinder, komt de klachtencommissie tot een gelijkaardige conclusie. De klachtencommissie meent dat de directie uit de vaststellingen van de RADs redelijkerwijze kon afleiden dat klager minstens betrokken was bij het veroorzaken van het nachtlawaai.