Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0296

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MEERPERSOONSCEL - VERMOEDEN VAN ONSCHULD

De klacht is tweevoudig en betreft
- een fouille op het lichaam
- een tuchtbeslissing

1. De fouille op het lichaam

De klachtencommissie meent dat de directie geen enkele individuele aanwijzingen aanhaalt om de beslissing tot fouillering op het lichaam te motiveren. De directie verwijst enkel in algemene termen naar het “vreemd” gedrag van klager. De klachtencommissie acht de motivering volstrekt onvoldoende om de fouillering op het lichaam te verantwoorden. De klacht is gegrond.

2. De tuchtbeslissing

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat er muziek werd gespeeld op cel tijdens de nacht én er geen gevolg werd gegeven aan de waarschuwing van de penitentiair beambten.

De klachtencommissie meent dat de directie uit het RAD niet kon afleiden wie de verantwoordelijkheid droeg voor het oorspronkelijk nachtlawaai (vóór de waarschuwing van de penitentiair beambten). De directie kon klager dan ook niet individueel verantwoordelijk houden voor het nachtlawaai en hem een tuchtsanctie hiervoor opleggen. Het vermoeden van onschuld houdt stand.

Wat betreft het “geen gevolg geven aan de bevelen en aanmaningen van het personeel”, acht de klachtencommissie de uitleg van klager op de zitting van de klachtencommissie geloofwaardig. Ze vindt dat van klager inderdaad niet verwacht kon worden dat hij zijn verantwoordelijkheid nam na de waarschuwing van de cipiers. Gegeven dat hij in het bovenste bed slaapt, zou het hem meer dan 2 à 3 seconden hebben gekost om de muziek, die opnieuw werd aangezet, uit te zetten. Ook op dit vlak meent de klachtencommissie dat de directie aan klager geen individuele verantwoordelijkheid kon toemeten.

De klacht is gegrond.