KC04/23-0279
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEZOEK
Bezoekers die niet voorkoming in de lijst uit artikel 59, §1 Basiswet (bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, de voogd, de echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende partner, broers, zussen, ooms en tantes) worden toegelaten tot bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur.
Het bezoek van andere personen kan enkel worden geweigerd wanneer de betrokken persoon geen gerechtvaardigd belang kan doen blijken of wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in het gevaar kan brengen. De voorlopige ontzegging of weigering geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed.
Op het formulier van de bezoekaanvraag heeft klager onder het punt “relatie tot de bezoeker” aangekruist dat het een vriend(in) betrof (niet in de zin van de partner, aangezien hiervoor een ander vakje kan worden aangekruist). Het bezoek werd bij beslissing van 6 november 2023 geweigerd. De motivering van de weigering luidt als volgt: “Brief is onvoldoende duidelijk. Gerechtvaardigd belang is onvoldoende aangetoond.”
De vriendin van klager schreef het volgende neer in verband met het gerechtvaardigd belang: “Zou graag op bezoek willen komen bij mijn vriend [klager] met vriendelijke groet.”. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directeur besloot dat het gerechtvaardigd belang onvoldoende werd aangetoond. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 59, §3 Basiswet.
De directie stelt in haar verweer dat de beslissing tot weigering in de praktijk voor drie maanden geldt, maar dat hiervan kan worden afgeweken mits een concrete uitleg of motivatie. Het staat klager en dus vrij om stappen te ondernemen in die zin.
Tenslotte maakt (de advocaat van) klager het volgens de klachtencommissie op geen enkele manier aannemelijk dat de beslissing tot weigering van het bezoek van klager in verband zou staan met de behandeling van een eerdere klacht van klager op de zitting van de klachtencommissie, die plaats vond net voor het nemen van de bestreden beslissing.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Bezoekers die niet voorkoming in de lijst uit artikel 59, §1 Basiswet (bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, de voogd, de echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende partner, broers, zussen, ooms en tantes) worden toegelaten tot bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur.
Het bezoek van andere personen kan enkel worden geweigerd wanneer de betrokken persoon geen gerechtvaardigd belang kan doen blijken of wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in het gevaar kan brengen. De voorlopige ontzegging of weigering geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed.
Op het formulier van de bezoekaanvraag heeft klager onder het punt “relatie tot de bezoeker” aangekruist dat het een vriend(in) betrof (niet in de zin van de partner, aangezien hiervoor een ander vakje kan worden aangekruist). Het bezoek werd bij beslissing van 6 november 2023 geweigerd. De motivering van de weigering luidt als volgt: “Brief is onvoldoende duidelijk. Gerechtvaardigd belang is onvoldoende aangetoond.”
De vriendin van klager schreef het volgende neer in verband met het gerechtvaardigd belang: “Zou graag op bezoek willen komen bij mijn vriend [klager] met vriendelijke groet.”. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directeur besloot dat het gerechtvaardigd belang onvoldoende werd aangetoond. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 59, §3 Basiswet.
De directie stelt in haar verweer dat de beslissing tot weigering in de praktijk voor drie maanden geldt, maar dat hiervan kan worden afgeweken mits een concrete uitleg of motivatie. Het staat klager en dus vrij om stappen te ondernemen in die zin.
Tenslotte maakt (de advocaat van) klager het volgens de klachtencommissie op geen enkele manier aannemelijk dat de beslissing tot weigering van het bezoek van klager in verband zou staan met de behandeling van een eerdere klacht van klager op de zitting van de klachtencommissie, die plaats vond net voor het nemen van de bestreden beslissing.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.