Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0246

Fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure d'ordre
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - VOORLOPIGE MAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
Uit het klachtenformulier blijkt dat klager een klacht heeft ingediend tegen een voorlopige maatregel van 2 oktober 2023. Uit het verweer van de directie blijkt dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd.
Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is de eerste klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.

De tweede klacht is gericht tegen de beslissing tot afzetting van werk.
De klachtencommissie stelt vooreerst dat de beslissing niet onwettig is. Zo kon de directie, indien zij van oordeel was dat klager het in hem gestelde vertrouwen daadwerkelijk had geschonden, overgaan tot de afzetting van klager via ordemaatregel van zijn werkzaamheden. Gelet op de vaststelling dat klager de tape vanop de werkplaats had meegenomen naar zijn cel en het gegeven dat klager dit ook niet ontkent, mocht de directeur aannemen dat klager de tape willens en wetens had meegenomen vanuit de werkplaats. De directie kon volgens de klachtencommissie oordelen dat klager ervan op de hoogte was dat enkel de verantwoordelijke van het werkhuis toestemming kan geven voor het meenemen van voorwerpen uit het werkhuis. Omwille van al deze elementen, is de klachtencommissie van oordeel dat de afzetting van werk ook niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel werd ook voldoende gemotiveerd.
Klager werd bij de afzetting van werk onderaan de werkerslijst worden geplaatst. Volgens de dienstnota “Arbeid – Tucht – Veiligheidsmaatregel” , kan een gedetineerde worden afgezet uit zijn werk indien de gedetineerde niet langer geschikt is voor zijn arbeidspost. Als voorbeelden worden gegeven: indien hij niet de vereiste “technische” kwaliteiten heeft, of om een andere reden niet geschikt is voor die arbeidspost, bijvoorbeeld heeft problemen hebben met op tijd te zijn, met regelmatigheid, heeft een onvoldoende hygiënische verzorging. Deze voorbeelden dienen louter ter illustratie en zijn niet exhaustief.
De klachtencommissie meent dat in casu de directie oordeelde dat klager “ongeschikt” was voor zijn arbeidspost.
De dienstnota schrijft voor dat, indien een gedetineerde om redenen van ongeschiktheid wordt afgezet, de gedetineerde ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Uit de ordemaatregel blijkt dat klager onderaan de werkerslijst werd geplaatst. De ordemaatregel is aldus niet in overeenstemming met de dienstnota. Om deze redenen is de tweede klacht gegrond, wat betreft het niet-behouden van zijn plaats op de werkerslijst.

De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel tot afzetting, in die mate dat klager zijn plaats op de werkerslijst niet behoudt, en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de ordemaatregel van afzetting van werk, waarbij klager zijn plaats op de werkerslijst niet behoudt, wordt vervangen door
- een ordemaatregel van afzetting van werk, waarbij klager zijn plaats op de werkerslijst behoudt.