Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0218

Fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Pas de décision du directeur Fouille à corps
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - FOUILLE LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING

De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam.
Een onderzoek aan het lichaam heeft een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer er andere, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken, zoals een onderzoek op de kledij, moet men deze eerst uitputten. Wanneer een minder ingrijpende methode niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect. In de beslissing tot fouillering op het lichaam wordt namelijk niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet volstond. Bovendien geeft de directie niet aan welke de individuele aanwijzingen zijn geweest die hebben geleid tot het nemen van de beslissing.
De directie stelt in haar verweer dat er aanwijzingen waren dat klager alcoholische dranken aan het stoken was en daarbij ook niet toegelaten voorwerpen bij zich had, en dat gedetineerden contrabanden vaak opsteken op plaatsen waarbij een fouille aan de kledij niet volstaat. Deze a posteriori meegedeelde informatie en motivering doet geen afbreuk aan hetgeen hierboven gesteld is: er anders over oordelen zou de rechtsbescherming van de gedetineerde zoals voorzien in de Basiswet uithollen.
Om deze reden is de klacht gegrond.

De tweede klacht betreft de psychologische pesterijen.
De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit blijkt dat er een beslissing door of namens de directeur ten aanzien van klager werd genomen. Bovendien wijst niets erop dat de directie heeft geweigerd of verzuimd een beslissing te nemen ten aanzien van klager. Gelet op het feit dat klager de psychologische pesterijen pas later zou hebben aangekaart tijdens een tuchtprocedure, wordt niets afgedaan aan bovenstaande.
De tweede klacht is niet-ontvankelijk.