Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0190

Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

De eerste klacht is gericht tegen een beambte die werkzaam is in de gevangenis van Beveren.
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde worden genomen. Hiermee wordt gelijkgesteld het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, een redelijke termijn.
De eerste klacht van klager is naar het oordeel van de klachtencommissie duidelijk gericht tegen (het gedrag van) een bepaalde beambte. Dit is echter geen beslissing door of namens de directeur, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen.
De klacht tegen de beambte is niet ontvankelijk.

De tweede klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en werd genomen door de directie. De directie kon volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, gelet op de uitlatingen naar de betrokken beambte en de fixatie naar hem toe.
Om deze reden was de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig, redelijk en billijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter en werd ook voldoende gemotiveerd.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.

De derde klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de ten laste gelegde feiten gesteund op twee RADD, gebaseerd op de vaststellingen van dienstdoende beambte. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager (samengevat) dat hij niets heeft gezegd tegen de chef. Hij erkent wel “moesten ze u naar Oekraïne sturen dan zou je geen meerwaarde zijn” te hebben gezegd. Hij verklaart dat de beambte hem al van in het begin “niet moet hebben” dus dat er altijd al een zekere spanning heerst. Klager ontkent dat hij tegen de beambte zei dat hij hem nog eens een kopstoot zou geven: “Ik heb niet gezegd dat ik hem een kopstoot zou geven maar ik heb gezegd dat iemand dat ooit zal doen als hij zo doet tegen de mensen”. De rapporten zijn echter duidelijk en gedetailleerd en vermelden geen twijfel. Bovendien vermelden beide rapporten een getuige van de feiten. Er is geen reden om de twijfelen aan de rapporten.
Er werd voor de inbreuk van tweede categorie (het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden ) een algemene tuchtsanctie opgelegd, met name 5 dagen ATV . De sanctie is wettig en niet onbillijk of onredelijk gelet op de omstandigheden.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is niet gegrond.