Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0183

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - ONTSLAG

1. De tuchtmaatregel

Een gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht. De directie heeft hierbij als tuchtoverheid een discretionaire bevoegdheid.

Bij het bewijzen van de schuld en het onderzoek naar de ware toedracht van de feiten is de directie bovendien gebonden aan de zorgvuldigheidsplicht. De klachtencommissie is in dit kader bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of de directie is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of zij haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend.

Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld. Aangezien het RAD het belangrijkste document is in de tuchtprocedure, dient het te beantwoorden aan hoge kwaliteitseisen: nauwkeurigheid, juistheid, objectiviteit. De klachtencommissie ziet in eerste instantie geen reden om te twijfelen aan de vaststellingen van het RAD. Het RAD is weliswaar niet ondertekend door andere getuigen, maar op de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat de betrokken beambte de enige beambte was in de transitiegang op het moment van de feiten, wat het gebrek aan getuigen verklaart. Uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt bovendien dat klager de feiten niet ontkent.

De klachtencommissie meent dat de directie redelijkerwijs kon aannemen dat de feiten bewezen waren. Dit blijkt bovendien ook uit de zitting van de klachtencommissie. Op laatstgenoemde zitting stelt klager dat hij misschien het woord “slet” heeft gebruikt, maar zeker niet het woord “sletwijf”. De klachtencommissie meent dat klager hiermee tenminste toegeeft scheldwoorden in de mond te hebben genomen, zij het misschien niet de exacte woorden zoals weergegeven in het RAD. Vervolgens stelt klager op de zitting van de klachtencommissie dat het nooit de bedoeling was dat de beambte dit had gehoord, dat hij slechts in zichzelf aan het mompelen was. Deze stelling staat haaks op wat klager heeft gesteld in de tuchtrechtelijke hoorzitting, met name dat hij “aan het mompelen [was] over iemand waarmee ik al enkele dagen gefrustreerd was en de chef kwam naar mij en dacht dat ik het over haar had en zei: "wat kan ik daar aan doen". Dan heb ik dingen gezegd dat ik niet had mogen zeggen zoals kutwijf.” Hieruit concludeert de klachtencommissie dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat de feiten zich hebben voorgedaan zoals beschreven in het RAD: klager heeft iets gemompeld, de beambte heeft hem hierop aangesproken, waarop klager de beambte heeft uitgescholden. De klachtencommissie meent aldus dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen.

De feiten zijn gekwalificeerd als een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, met name het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager kreeg hiervoor een ATV van 14 dagen opgelegd. Volgens artikel 132, 3° Basiswet is de maximumsanctie voor een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie 15 dagen ATV. De tuchtmaatregel is aldus wettelijk. De klachtencommissie buigt zich eveneens over de redelijkheid van de beslissing. De klachtencommissie meent dat de tuchtsanctie streng is, maar niet onredelijk, gegeven de disproportionele reactie van klager en het feit dat de feiten zich hebben afgespeeld tijdens een beweging.

2. Het ontslag

De toewijzing van de in de inrichting beschikbaar arbeid behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de directeur.

Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18/6/2015 volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van die gevallen is wanneer het werk niet meer beschikbaar is als gevolg van de afwezigheid van de gedetineerde op het werk. In dat geval, dient de gedetineerde op de wachtlijst te worden geplaatst voor een ander werk.

Klager was werkzaam in de keuken. Als gevolg van zijn tuchtsanctie is hij zijn werk verloren, aangezien “de keuken geen 14 dagen op een medewerker [kan] wachten”, aldus de directie. De directie heeft in haar verweer eveneens verduidelijkt dat klager op de werkerslijst werd geplaatst. Hieruit blijkt dat de directie gehandeld heeft zoals voorgeschreven door de dienstnota. De beslissing tot afzetting van werk is dan ook wettelijk. De klachtencommissie acht de beslissing ook niet onredelijk of onbillijk.