TUCHT
Deze klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing die door de directeur ten aanzien van klager werd genomen. Samengevat stelt klager in zijn klachtenformulier dat hij verkeerdelijk een ATV van 4 dagen opgelegd kreeg, wegens een foute interpretatie van zijn communicatie.
Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld, op basis waarvan ten aanzien van hem een tuchtprocedure werd gevoerd. Aangezien het RAD het belangrijkste document is in de tuchtprocedure, dient het te beantwoorden aan hoge kwaliteitseisen: nauwkeurigheid, juistheid, objectiviteit. De klachtencommissie ziet geen reden om te twijfelen aan het RAD, daar het de feiten nauwkeurig beschrijft. De klachtencommissie gaat akkoord met het argument van de directie dat, indien de gedetineerde in een voor de beambte onverstaanbare taal had gesproken, dit zou opgenomen zijn in het rapport. Bovendien is het RAD ondertekend door twee andere beambten. De klachtencommissie merkt wel op dat het niet geheel duidelijk is om welke beambten het gaat. In het RAD zijn enkel de handtekeningen van de beambten opgenomen, zonder hun (volledige) naam. De klachtencommissie dient met zekerheid te kunnen nagaan of de feiten die zijn opgenomen in het RAD wel degelijk worden bevestigd door getuigen en zo ja, welke. Desondanks acht de klachtencommissie de feiten, die aanleiding hebben gegeven tot de tuchtmaatregel, voldoende bewezen.
In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie, met name het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager heeft hiervoor 4 dagen ATV opgelegd gekregen. Volgens artikel 132, 3° van de Basiswet kan voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie maximum 15 dagen ATV worden opgelegd. De opgelegde tuchtmaatregel is aldus wettelijk. De klachtencommissie acht deze ook redelijk en billijk, gelet op het wettelijke
maximum.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Deze klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing die door de directeur ten aanzien van klager werd genomen. Samengevat stelt klager in zijn klachtenformulier dat hij verkeerdelijk een ATV van 4 dagen opgelegd kreeg, wegens een foute interpretatie van zijn communicatie.
Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld, op basis waarvan ten aanzien van hem een tuchtprocedure werd gevoerd. Aangezien het RAD het belangrijkste document is in de tuchtprocedure, dient het te beantwoorden aan hoge kwaliteitseisen: nauwkeurigheid, juistheid, objectiviteit. De klachtencommissie ziet geen reden om te twijfelen aan het RAD, daar het de feiten nauwkeurig beschrijft. De klachtencommissie gaat akkoord met het argument van de directie dat, indien de gedetineerde in een voor de beambte onverstaanbare taal had gesproken, dit zou opgenomen zijn in het rapport. Bovendien is het RAD ondertekend door twee andere beambten. De klachtencommissie merkt wel op dat het niet geheel duidelijk is om welke beambten het gaat. In het RAD zijn enkel de handtekeningen van de beambten opgenomen, zonder hun (volledige) naam. De klachtencommissie dient met zekerheid te kunnen nagaan of de feiten die zijn opgenomen in het RAD wel degelijk worden bevestigd door getuigen en zo ja, welke. Desondanks acht de klachtencommissie de feiten, die aanleiding hebben gegeven tot de tuchtmaatregel, voldoende bewezen.
In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie, met name het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager heeft hiervoor 4 dagen ATV opgelegd gekregen. Volgens artikel 132, 3° van de Basiswet kan voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie maximum 15 dagen ATV worden opgelegd. De opgelegde tuchtmaatregel is aldus wettelijk. De klachtencommissie acht deze ook redelijk en billijk, gelet op het wettelijke
maximum.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.