KC04/23-0103
Fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – VOORLOPIGE MAATREGEL – NIET ONTVANKELIJK – TERMIJN – TUCHT – KWALIFICATIE INBREUK
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een fouillering op zijn lichaam. De directie kon de stukken met betrekking tot deze klacht niet meer terugvinden. De directie betwist de ontvankelijkheid van de klacht, maar door het ontbreken van de beslissing kan de klachtencommissie niet nagaan of de klacht tijdig werd ingediend. Twijfel dient echter in het voordeel van de klager te spelen. De klacht is ontvankelijk. Door het ontbreken van de stukken inzake de fouillering, kan de klachtencommissie evenmin nagaan of aan de in de Basiswet bepaalde voorwaarden werd voldaan. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten tot de nietigheid van de beslissing tot fouillering op het lichaam. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze klacht werd te laat ingediend. De wettelijke termijn van zeven dagen is overschreden. Klager maakt daarenboven geen gewag van omstandigheden waaruit blijkt dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.
De derde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van zeven dagen ATV wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee enerzijds en de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, anderzijds). Voor de klachtencommissie staat vast dat de directie klager schuldig kon achten aan de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De directie kon volgens de klachtencommissie klager echter niet schuldig achten aan de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats, waarbij de concrete bestraffing (zeven dagen ATV) werd behouden, maar de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, werd weggelaten.
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een fouillering op zijn lichaam. De directie kon de stukken met betrekking tot deze klacht niet meer terugvinden. De directie betwist de ontvankelijkheid van de klacht, maar door het ontbreken van de beslissing kan de klachtencommissie niet nagaan of de klacht tijdig werd ingediend. Twijfel dient echter in het voordeel van de klager te spelen. De klacht is ontvankelijk. Door het ontbreken van de stukken inzake de fouillering, kan de klachtencommissie evenmin nagaan of aan de in de Basiswet bepaalde voorwaarden werd voldaan. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten tot de nietigheid van de beslissing tot fouillering op het lichaam. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze klacht werd te laat ingediend. De wettelijke termijn van zeven dagen is overschreden. Klager maakt daarenboven geen gewag van omstandigheden waaruit blijkt dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.
De derde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van zeven dagen ATV wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee enerzijds en de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, anderzijds). Voor de klachtencommissie staat vast dat de directie klager schuldig kon achten aan de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De directie kon volgens de klachtencommissie klager echter niet schuldig achten aan de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats, waarbij de concrete bestraffing (zeven dagen ATV) werd behouden, maar de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, werd weggelaten.