Ga verder naar de inhoud

KC04/22-0155

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

Een BVM heeft een punctueel en incidenteel karakter heeft en dient als reactie op een acute situatie waarbij er een (risico op een) ernstige aantasting van de orde of veiligheid bestaat. Een IBVR daarentegen dient als laatste redmiddel voor het beheersen van een voortdurend, resistent veiligheidsprobleem. De aanleiding en motivering van de eerste reeks van bijzondere veiligheidsmaatregelen (met name de BVM’s van 14, 20, 26 oktober en 2 november 2022) en de hierop volgende vernietigde beslissing tot plaatsing in IBVR van 10 november 2022 is identiek aan de aanleiding en motivering van de BVM van 14 december 2022. Hieruit blijkt dus dat alle maatregelen zijn opgelegd in diezelfde context van een bedreiging voor de orde en veiligheid.

De motivering van de BVM van 14 december 2022 werd uitgebreid. Ook hieruit blijkt dat het steeds over dezelfde context van bedreiging gaat. Uit het opleggen van een IBVR leidt de klachtencommissie af dat de directie en de directeur-generaal zelf de mening leken toegedaan dat klager een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakte. Bovendien bleken de BVM’s volgens de directie en de directeur-generaal ontoereikend.

Gezien er na de kortstondige plaatsing in het IBVR van 10 tot 13 december 2022 opnieuw een BVM werd opgestart in dezelfde context van dreiging en met dezelfde motivering, kan de BVM van 14 december 2022 dus gezien worden als een vierde verlenging van de oorspronkelijke BVM van 14 oktober 2022, hetgeen onwettig is. Het blijkt duidelijk dat het gaat over dezelfde voortdurende bedreiging voor de veiligheid in de bestreden beslissing van 14 december 2022 als in de voorafgaande reeks BVM’s gezien de directie zelf schrijft dat er sprake is van een “aanhoudend en actueel gevaar voor de interne en externe veiligheid”.

Indien de directie meende dat klager een voortdurend gevaar voor de veiligheid uitmaakte, diende zij naar het oordeel van de klachtencommissie in dit geval opnieuw een voorstel tot plaatsing van klager in een IBVR te hebben gedaan. Het komt hierbij dan vanzelfsprekend aan de beroepscommissie en niet aan de klachtencommissie toe te oordelen of klager, indien hij uiteindelijk in een IBVR werd geplaatst, daadwerkelijk een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakte of niet.

Wat dus in ieder geval niet kan worden aanvaard is dat na de vernietiging van een IBVR door de beroepscommissie, een BVM wordt opgelegd omwille van dezelfde redenen. De klachtencommissie merkt op dat hierdoor de daadwerkelijk aan een gedetineerde toekomende rechten worden ondermijnd. De BVM van 14 december 2022 is dus niet wettig en moet vernietigd worden.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing van 14 december 2022 van de directie van de gevangenis van Beveren waarbij aan klager een BVM werd opgelegd. Er wordt geen tegemoetkoming toegekend.